Het is nu ma aug 19, 2019 8:41 am




Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 988 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1 ... 62, 63, 64, 65, 66
Ter herinnering aan.. 
Auteur Bericht
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Cornelis VERSLUIS (30 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting



Geboren zondag 12 december 1909 te Giesendam (ZH)

Zoon van Kors VERSLUIS (1878-1916) en Grietje BLOKLAND (1878-0000).


Afbeelding
Advertentieblad voor Gorinchem en Omstreken, vrijdag 24 december 1909

Cornelis werd in october 1929 geschikt bevonden voor het vervullen van zijn
dienstplicht.


Afbeelding
Gorinchemsch Nieuwsblad, vrijdag 04 october 1929

In 1930 moest hij te Breda opkomen bij het 6e Regiment Infanterie.

Afbeelding
Gorinchemsch Nieuwsblad, vrijdag 12 september 1930


Onder de Wapenen

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting



In november 1932 huwde Cornelis met Antje van DAM.


Afbeelding
De Gorcumer, woensdag 09 november 1932


Uit dit huwelijk vijf kinderen:

dochter Grietje in 1933,
zoon Kors in 1934,
dochter Cornelia in 1939,
zoon Dirk in 1937 en
zoon Cornelis in 1939.


Vrijdag 10 Mei 1940


Op 10 mei 00.00 uur vertrok de Duitse pantsertrein, gevolgd door een troepen-
transporttrein met 23 wagons, in de richting van de Nederlandse grens.
In Hassem werd 1¹/² uur gewacht. De spoorbrug bij Gennep werd zonder slag of
stoot gepasseerd omdat deze om 04.00 uur door een in Nederlandse uniformen
gekleed overvalcommando in Duitse handen was gevallen. Het Nederlandse plan
de brug op te blazen mislukte dus op deze manier. Zo kon de trein met slechts
een korte vertraging doorrijden naar Mill en over het Defensiekanaal door de vol-
ledig verraste Peel-Raamstelling heen breken. Ten oosten van de halte Zeeland
werd het Duitse bataljon uitgeladen om de Peel-Raamstelling in de rug aan te
vallen. Vervolgens reden beide treinen door naar de halte Zeeland om, gebruik-
makend van de oude wisselplaats, voor de pantsertrein de weg vrij te maken om
terug te kunnen rijden. Tijdens het uitladen van het bataljon was aan Nederland-
se zijde duidelijk geworden dat de oorlog was uitgebroken.
Enkele militairen, waaronder Cornelis, zagen kans om op de spoordijk asperge
versterkingen (in een betonbodem te verankeren dubbele T-ijzers) aan te brengen
en enkele reeds op scherp gestelde mijnen op te graven en onder de rails te leggen.
Dit ondermijnen in het zicht van de naderende trein gebeurde op bevel van genie-
officier Jaap Sneep. De mijnen bleken niet te werken, maar de asperges wel. Het
gevolg was dat de terugkerende pantsertrein op de hindernis liep en met donderend
geweld ontspoorde. Het was toen omstreeks 05.45 uur.

Cornelis Versluis ontving, voor het onder Duits vuur plaatsen van opgegraven land-
mijnen onder de spoorrails, later postuum de onderscheiding Bronzen Leeuw.



Op woensdag 22 mei 1940, kwam in de gemeente Mill en Sint Hubert de 30 jarige
dienstplichtig soldaat Cornelis Versluis van de 6e Compagnie Pioniers (6 C.Pn.) om
het leven. Cornelis was tijdens de gevechten rond Mill op 10 of 11 mei 1940 door
de Duitsers krijgsgevangen genomen en met anderen gevangenen ondergebracht
in de R.K. Kerk van Mill. Na een paar dagen deden de Duitsers een oproep aan de
Nederlanders om zich vrijwillig ter beschikking te stellen voor het opruimen van
landmijnen in de omgeving, die overigens zelf hadden gelegd. In totaal 16 man,
waaronder Cornelis stelden zich ter beschikking om dit gevaarlijke werk uit te voe-
ren. Cornelis was tijdens het werk, zijnde het ruimen en ophalen van Nederlandse
landmijnen, die door hem en zijn kameraden van 6 C.Pn. gedurende de mobilisatie
waren geplaatst, even op de koffie geweest bij de boerenknecht Antoon Kuppen.
Deze woonde tijdelijk in een kippenhok aan de Paulweg C. 15, in het buurtschap
de Gagel te Mill, omdat de boerderij waar hij woonde en werkte tijdens de gevech-
ten in de meidagen was verwoest.
Tegen 14.00 uur ging Cornelis weer aan het werk en stapte zo'n 25 meter van het
kippenhok over een weideafrastering van prikkeldraad. Aan de andere kant van de
draad trapte hij toen op een mijn die explodeerde en hem meteen doodde.



Afbeelding
De Gorcumer, vrijdag 21 juni 1940

Op vrijdag 24 mei 1940 werd Cornelis Versluis onder grote belangstelling
begraven op de Algemene Begraafplaats te Giessen-Oudekerk (ZH).

Afbeelding
De Vijf Rivieren, zaterdag 1 juni 1940



Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting




Afbeelding
Foto: Online-Begraafplaatsen





Enkele Bronnen:


"Achtung Minen – Danger Mines" , Het ruimen van landmijnen
in Nederland 1940 – 1947.
A. Meijers.
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2013.


"Nederlandse gesneuvelden in de meidagen 1940"
J.W. de Leeuw.
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2012.


"De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940"
V.E. Nierstrasz,
Staatsdrukkerij en Uitgeversbedrijf, 's-Gravenhage 1953


gorinchempubliek.hosting.deventit.net
oorlogsgravenstichting.nl
www.archieven.nl
www.duitslijntje.info
www.hv-hardinxveld-giessendam.nl
www.online-begraafplaatsen.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


wo mei 22, 2019 11:50 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Johannes Grerardus Maria (Jan) de VRIES (21 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Geboren zondag 8 december 1918 te Goirle (NB).

Zoon van Cornelis Hubertus der VRIES (1880-1969) en Theresia DIRKS (1888-1970).

Naast Jan was er nog een oudere broer Augustinus, geboren in mei 1907 en een jongere zus Elisabeth,
geboren in februari 1921.

De woonplaats van de familie was Diessen (NB).

Religie: Rooms Katholiek.

Jan van beroep bakker.


Gedurende de mobilisatie was Jan de Vries ingedeeld als dienstplichtig huzaar bij het 2e Peloton van het
1e Eskadron Pantserwagen (2-1 E.Paw.)


Het 1e Eskadron Pantserwagen werd op 1 april 1936 opgericht als het Eskadron Pantserwagens, met als
standplaats het garnizoen in ’s-Hertogenbosch. Het E.Paws. werd uitgerust met 12 paw’s van het type
Zweedse type Landsverk 181, met als Nederlandse aanduiding Pantserwagen M.36.
Op 1 juni 1938 werd i.v.m. de oprichting van het 2e Eskadron, de naam van het Eskadron gewijzigd in
1e Eskadron Pantserwagens.

Het 1e E. Paws. bestond uit 4 pelotons van elk 3 pantserwagen met een commandopantserwagen van
het type M.38. De Paw’s. hadden naast een civiel kenteken ook een militair kenteken. De wagens van het
1 E.Paw. waren doorlopend genummerd van 601 t/m 612 en 613 als de com-mandopantserwagen. Naast
de 4 pelotons bestond het Eskadron ook uit een commando- administratieve- en een geneeskundige groep.
Ook was er per peloton een motormitrailleurgroep. Tevens aanwezig de korpstrein met keuken- proviand-
goederen- munitie- en benzineauto’s. De eerste oefening duurde voor de bemanningen 15 maanden.
In het beginsel werd de bemanning (5 man) voor alle functies in de pantserwagen opgeleid, chauffeur,
schutter, richter, chauffeur/schutter. In de praktijk bleek dat er toch een bepaald specialisme in de functies
te ontstaan. Een goede chauffeur is nog geen goede chauffeur/schutter.
Bij de motormitrailleurgroep ingedeelde huzaren kregen naast hun eigen functie opleiding ook een opleiding
tot schutter, richter of chauffeur/schutter van de van een pantserwagen.

Dienstplichtigen met daartoe gebleken geschiktheid konden door de eskadroncommandant na de 1e periode
worden aangewezen voor de opleiding tot wachtmeester met als fuctie wagencommandant of commandant
van een motormitrailleurgroep.


Gedurende de oplopende spanningen in Europa in september 1938 en in april 1939 werd het 1e E.Paw.
gemobiliseerd. Het bleef na april 1939 onder de wapenen gestationeerd in de, nieuw gebouwde, Frederik
Hendrikkazerne te Vught. Na de afkondiging van de algemene mobilisatie van eind augustus 1939 ver-
trok men naar de mobilisatie bestemming te Mierlo-Hout, ook volgde korte tijd stationering te Boxtel en
Breda.


De pantserwagen 607 op manoeuvre, vermoedelijk in het voorjaar van 1940.
Afbeelding
Foto: Eskadrons


Begin april 1940 vond de Duitse inval in Denemarken en Noorwegen plaats, de waarbij snelle overmees-
tering van de vliegvelden, in Nederlandse militaire kringen indruk maakte. Naar aanleiding hiervan werd
besloten de verdediging van enige vliegvelden, binnen de Vesting Holland te versterken. Op 20 april
1940 werden hiertoe het 1e en 2e peloton, onder commando van reserve luitenant ir. M.J. Aldenkamp,
op vliegveld Ypenburg bij Den Haag gestationeerd en op 29 april 1940 werd het 1e Eskadron Pantserwa-
gens (minus 1e en 2e peloton) naar Schiphol verplaatst.


Een viertal huzaren in pantserwagenoverall met geheel rechts Jan de Vries.
Afbeelding
Foto: Eskadrons


Jan de Vries behoorde tot de bemanning van pantserwagen 608 met de functie van chauffeur/schutter.


De verdediging van vliegveld Ypenburg.

Ter verdediging van Ypenburg was aanwezig het 3e Bataljon van het Regiment Grenadiers. Het bataljon
was versterkt met het 1e en 2e peloton pantserwagens van het 1e eskadron. Deze troepen stonden on-
der rechtstreeks bevel van de Commandant Luchtverdediging, (C.Lvd.) luitenant-generaal P.W. Best.
Er werd een binnen- buitenverdediging en een reserve opgezet. De binnen verdediging had tot taak het
vliegveld tegen vijandelijke luchtlandingen te verdedigen. De buitenverdediging moest z.g.n. schermen
vormen. Deze schermen dienden om vijandelijke parachutisten en andere vijandelijke elementen (vijfde
colonne) de toegang tot het vliegveld van buiten af te beletten.


We zullen ons nader gaan toepsitsen op de pantserwagens en in het bijzonder de wagen 608.


De bemanning van de 608 bestond uit:

Wachtmeester G. Bonga, commandant;
Korporaal Sleeuwenhoek, richter;
Huzaar de Bruin, hoofdchauffeur;
Huzaar C.J. Joosen, achteruit chauffeur;
Huzaar Jan de Vries, chauffeur/schutter.


Jan de Vries
Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


De pantserwagens waren als volgt bij de binnenverdediging ingeschakeld (zie schets hieronder). De wagens
602, 603, 605, 608 en 611 werden verspreid opgesteld rond de aan de noord-westelijke rand van het vlieg-
veld gelegen gebouwen en daar zoveel mogelijk gecamoufleerd. De bemanning bivakkeerde in de nabijheid
van de wagens om snel gevechtsklaar te zijn. De beide motormitrailleurgroepen werden bij een watermolen
in de noordelijke hoek van het vliegveld in stelling gebracht om een eventueel buiten het veld gelande vijand
de toegang uit noordelijke en zuidoostelijke richting te ontzeggen. De wagen 601 was als onderdeel van de
buitenverdediging ter bewaking bij de hoofd ingang van Ypenburg opgesteld.


Afbeelding
Afbeelding
Kaart: Eskadrons


Vrijdag 10 mei 1940

Op bevel van C.Lvd. moesten de troepen vanaf 3.15 uur in de hoogste stand van paraatheid verkeren.
De reveille was voor beide pelotons paw’s dan ook om circa 2.15 uur, zodat de stellingen van paw’s en
motormitrailleurs vanaf het aangewezen tijdstip volledig waren bezet.

Luitenant Aldenkamp maakte tussen 3.30 en 4.00 uur een ronde om zich te vergewissen dat zijn troepen
paraat waren. Omstreeks 4.00 uur werd er van het hoofdgebouw alarm geslagen voor uit de richting Hoek
van Holland komende naderende vliegtuigen. Het bleken Duitse bommenwerpers te zijn die direct met een
bombardement van het vliegveld begonnen. Luitenant Aldenkamp kon nog voordat de bommen vielen juist
zijn pantserwagen, de 603, bereiken. Het bombardement duurde ongeveer 45 minuten, waarna vijandelijke
jachtvliegtuigen tot beschieting overgingen. Reeds voor het bombardement was afgelopen wierpen Duitse
vliegtuigen een groot aantal parachutisten ten noorden, westen en zuiden van Ypenburg af. Deze para’s
trachtten zich te verzamelen en in de richting Ypenburg op te trekken.

Omstreeks 5.20 uur landden vijandelijke vliegtuigen met luchtlandingstroepen. De op het veld aanwezige
pantserwagens en mitrailleurs van de Grenadiers openden direct een moordend vuur, waardoor de toestel-
len tot staan werden gebracht en een aantal meteen in vlammen opging. Een tweede landde en onderging
hetzelfde lot, terwijl een groep verscheidene toestellen tijdens de landing werden getroffen en in de vlam-
menzee op het landingsterrein terecht kwamen. Alle op het vliegveld gelande vijandelijke troepen werden
buiten gevecht gesteld, zodat de vijand van verdere landingen afzag.


Het optreden van de pantserwagens in de vroege ochtenduren van 10 mei 1940:

601:
Stond na bom inslag vlak achter de wagen, weggezakt bij de hoofdingang, pogingen omhet voertuig vlot te
krijgen mislukten. Ondanks de benarde positie en ongunstige positie bleef men met kanon en mitrailleur de
vijand bestoken.

602:
Stond in stelling bij een hangar, rond de wagen was een borstwering van losliggende stenen gebouwd.
Ondanks het feit dat de hangar door het bombardement in brand stond, werd het vuur op de aanvallers
geopend.

603:
Door het bombardement waren de richtmiddelen ernstig ontregeld. Na opnieuw ingeschoten te zijn boekte
deze wagen zeven à acht treffers.

605:
Door het bombardement, waarbij de bommen o.a. rondom de wagen vielen werden de periscopen bescha-
digd en het kanon ontregeld. Wagen door bemanning verlaten met medeneming van mitrailleur en patroon-
trommels. Hebben zich aangesloten bij de motormitrailleurgroep om verder te strijden.

611:
Twee dalende toestellen in brand geschoten, voldoende munitie. Geen bijzonderheden, ging later richting
hoofdingang.

608:
Na het bombardement werd met succes vuur afgegeven op landende vliegtuigen. Om 7.30 heeft de be-
manning een drietal auto’s die het schootsveld beperkten onder het vuur van de vijand weggereden.
Hierbij maakte huzaar Jan de Vries zich zeer verdienstelijk.
In opdracht van commandant 1e compagnie, 3e bataljon, Regiment Grenadierswerd naar de hoofdingang
gereden. Hierbij werd de wagen aangevallen en raakte de schutter gewond.
In opdracht van luitenant Aldenkamp werden nu ronden gereden om de vijandelijke stellingen te verken-
nen. Voor de hangars werden daarbij de hoofdchauffeur en de chauffeur/schutter [Jan de Vries] gewond.


Verslag C.P. JOOSEN
Afbeelding
Afbeelding
Verslag: Nationaal Archief


Jan de Vries werd gewond (o.a. schotwond linker knie) overgebracht naar het ziekenhuis Sint Antonius-
hove aan Oosteinde te Voorburg (ZH).Hier kwam hij tengevolge van zijn opgelopen verwondingen te
overlijden op zondag 26 mei 1940 ten 20.00 uur.


Sint Antoniushove
Afbeelding
Foto: Haagsgemeentearchief


Jan werd op donderdag 30 mei 1940 begraven op de Rooms Katholieke begraafplaats in zijn woonplaats
Diessen.


Het graf van Jan met daarbij vier Franse militairen gesneuveld in mei 1940
Afbeelding
Foto: Diessen in oorlogstijd


Afbeelding
Foto's: Oorlogsgravenstichting


Bronzen Leeuw

J.G.M. (Jan) de Vries dienstplichtig huzaar werd postuum onderscheiden op 6 mei 1946,
middels Koninklijk Besluit nr. 9, met de onderscheiding Bronzen Leeuw:

“Heeft zich door het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden in de strijd
tegenover de vijand onderscheiden, bij het verkennen van stellingen onder hevig
vijandelijk vuur tijdens gevechten op het vliegveld Ypenburg op 10 mei 1940, deel
uitmakende van de bemanning van pantserwagen 608; daarbij gewond en sindsdien
aan zijn verwondingen overleden”



Straatnaam in de wijk Ypenburg te Rijswijk

Den Haag, 5 oktober 2001
Aan de gemeenteraad

Naamgeving overkomend gebied n.a.v. gemeentelijke herindeling Den Haag en omgeving


De Vriesstraat

De Vriesstraat komt voor in Den Haag (Haagse Hout) en in Rijswijk. De De Vriesstraat
in Den Haag telt 73 adressen. De De Vriesstraat in Rijswijk telt nog geen adressen.
Op basis van het feit dat de De Vriesstraat in Ypenburg gelegen is in een buurt met
straatnamen die verwijzen naar oorlogsslachtoffers die gevallen zijn in Ypenburg en
gelet op het feit dat nabestaanden betrokken zijn bij de straatnaamgeving luidt het
voorstel:

de De Vriesstraat in Ypenburg wijzigen in Jan de Vriesstraat (Johannes Gerardus Maria
de Vries, 1918-1940, Huzaar


Afbeelding
Foto: Google Street View oktober 2010



Enkele Bronnen:

"Nederlandse gesneuvelden in de meidagen 1940"
J.W. de Leeuw.
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2012.

"Ypenburg, Veroverd op de zee - Van vliegveld tot woonwijk"
A. Abbing -e.a.-
Uitgave: Projectbureau Ypenburg, Ypenburg (Den Haag) 2005

"De Slag om de Residentie"
E.H. Brongers
Uitgeverij Asperkt b.v., Soesterberg, 8e druk 2004.

"De Slag om Ypenburg, Mei 1940"
E.H. Brongers
Uitgave: Gemeentearchief Rijwijk, Rijswijk 2000

"De Nederlandse Cavalerie in de Meidagen van 1940"
E.H. Brongers
Uitgave: Stichting Museum Nederlandse Cavalerie, Amersfoort z.j. [1989]

"Vier Eeuwen Nederlandse Cavalerie", Deel 1.
J.A.C. Bartels
Uitgeverij De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 1987

"Eskadrons Pantserwagens 1936 -1940"
J.A.Bom
Uitgave: De Ram, Amstelveen 1986

"De Luchtverdediging mei 1940", Band I.
F.J. Molenaar
Staatsuitgeverij, ’s-Gravenhage, 1970.

"Algemeen overzicht van de strijd om en in de Vesting Holland en de strijd
tegen de Luchtlandingstroepen rondom 's-Gravenhage, Mei 1940"
C.D. Kamerling.
Staatsdrukkerij en Uitgeversbedrijf, 's-Gravenhage 1954.


brabantsegesneuvelden.nl
nl.wikipedia.org
oorlogsgravenstichting.nl
www.genealogieonline.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo mei 26, 2019 11:15 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Geert BOSKER (19 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Storm uit het Noorden


Geboren woensdag 9 juni 1920 te Leeuwarden (FR)

Zoon van Sikko BOSKER (1893-1943) en Trijntje RAUWERDA (1894-0000)


Afbeelding
Leeuwarder Courant, zaterdag 12 juni 1920


Woonplaats: Hengelo (OV).

Beroep: Kantoorbediende.

Religie: Nederlands Hervormd.


Geert Bosker was Vrijwillig Sergeant ingedeeld bij de
2e Compagnie van het Ie Bataljon van Depot Bataljon Genietroepen (2-I-Dep. G.Tr.).

Het bataljon was gelegerd te Schoonhoven (ZH).

Na het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 en de capitulatie, werden delen
van het bataljon in Rotterdam ingezet voor opruimingswerkzaamheden, naast de vele
burger puinruimers en stenenbikkers.



Rotterdam 14 mei 1940:

Jopie van Asch, toen 7 jaar, scholiere:

De kanariepiet fladderde door zijn kooi, alsof hij iets wist maar het niet kon zeggen. En ook de poes
vloog al uren door het huis. Er was iets, maar wát, vroegen wij ons af. Vanwege de oorlogsdreiging
hoefden we die dagen niet naar school. Ik speelde met mijn broertje Jan op de zolder van ons huis
aan de Warmoeziersstraat, tegenover de muziektent en de Hogere Burgerschool aan het Van Alkema-
deplein. De HBS was volgepropt met munitie en Hollandse soldaten.

We hoorden in de verte gebrom en daar verschenen, heel laag, vliegtuigen met rare kruizen.
Met moeder ging ik meteen naar opoe, een verdieping onder ons. Daaronder woonden weer andere
mensen. Met z’n allen, zo’n twaalf mensen in totaal, kropen we bijeen onderaan de trap in het bene-
denhuis.Toen begon het gooien. Moeder stelde ons gerust: ‘Als ze de HBS geraakt hebben, gaan ze
wel weg’. Maar het gebrom van vliegtuigen verdween nooit helemaal, steeds kwamen ze terug. Mijn
moeder werd toch angstiger en klaagde: ‘De Hollandse militaire zouden ons helpen. Nu worden ze
nog onze dood’. Door een ruitje zagen we een bom bovenop de HBS vallen. Brokstukken van het
gebouw, en militairen, vlogen in het rond.


Puinruimers bij de HBS op het van Alkemadeplein
Afbeelding
Foto: Stadsarchief Rotterdam


Ik pakte moeders kleren en klemde mij vast. Honden blaften en mensen gilden, overal om me heen.
En toch, paniek had ik niet; het was een gevoel te zijn overgeleverd. Weer kwamen de vliegtuigen
en moeder zei: ‘Ik geloof dat ze nu ook ons moeten hebben’. Buiten op het plein klonk een nieuwe
explosie. Tegelijk kwam de vloer met ons omhoog. We drongen ons naar voren, wilden weg uit huis,
maar konden niet. De deur zat onwrikbaar vast. De buurman van beneden zou hem wel in stukken
slaan en hij rende naar boven om een hakbijl te halen. Snel was hij terug, de verdiepingen en trap-
pen boven ons stonden in brand. Mijn broertje en ik gingen op een christelijke school, de beneden-
buren waren hartstikke katholiek. Alle kinderen doken op de knietjes. Ik prevelde onderaan de trap:
‘Onze-Lieve-Heer, laat ons niet sterven, we zijn nog zo jong’.
Mijn opoe hoorde ik tegen mijn moeder zeggen: ‘Cato, ik draai de kinderen de nek voordat ze straks
onder het huis liggen te martelen‘. Stenen en glas vielen op me, zonder dat ik het voelde. We zaten
als ratten in de val.
Voor op het plein klonk weer een dreun. Met de pui van het huis kwam ook de deur naar voren. Over
de deur holden we naar buiten, ik aan opoe’s hand. de schuilkelder voor onze deur had een voltreffer
gekregen, maar ik wilde er niet naar kijken. Ik voelde alleen opoe’s stevige hand.
We gingen de hoek van het verwoeste plein om, de Meermanstraat in, langs het politiebureau waar
ze een Rode-Kruis post hadden ingericht. Een hoofdagent stond er voor de deur. Hij gebaarde dat we
binnen moesten komen. Toen ik mijn broertje zag begreep ik pas waarom. Een glasscherf stond in zijn
hoofd, het bloed kroop door zijn wit blonde haar en langs zijn smoeltje.
================================================================
================================================================
De hoofdagent beende rond en stak af en toe zijn hoofd naar buiten. Het gebouw schudde als een schip
in de storm en in de muren kwamen scheuren. Opoe werd onrustig. Ze jammerde: ‘Ik sterf liever in de
openlucht, dan hier in dit politiebureau’. Toen mochten we van de hoofdagent gaan. We liepen naar bui-
ten, een sliert mensen achter ons aan. Ik werd plotseling in de lucht geworpen en tegen de gevel van
een groentewinkel gesmakt. Achter me hoorde ik geraas. Ik keek om. Waar het politiebureau stond, zag
ik alleen maar stenen’.



Rotterdam mei 1940 na de capitulatie:

Jan du Pré, toen 20 jaar, explosievenlegger:

‘Zo triest als de tijd was, we hadden wel meer lol dan nu. Van niets maakte je iets, dat was de gedachte
erachter. Ik dolde zelfs met springstof. In het puin sprongen we met trotyl. Pakjes van zo’n twintig centi-
meter lang en tien centimeter breed. Slaghoedje erin, vuurkoord eraan, slagsnoer en dat weer naar de
ontsteking. En dan bammm..!

Ik liep eens met tien, twaalf van die broodjes trotyl op mijn armen, wankelen over de stenen. Je moest
die puinruimers zien kijken. Ik riep ‘Jongens, dynamiet. Lopen, anders gaan we allemaal de lucht in!’
En terwijl ik struikelde, gleden de staven van mijn armen en wierp ik ze naar voren. Als hazen schoten
ze overal heen. Wisten zij veel trotyl, Als er geen slagpijpje in zit, kun je het gewoon in de kachel gooi-
en. Ik was voor de dood niet bang, dat hadden ze al snel in de gaten. En toch wist ik van springen niet
veel af. Bij de genietroepen in Schoonhoven had ik slechts één keer een theorieles gehad.
Ik werd zo laconiek dat ik het slagpijpje met de rechterhand en vóór mijn gezicht aan het vuurkoord be-
vestigde. Oef, als ze dat in Schoonhoven hadden geweten. Daar was mij geleerd de lading linkshandig
en achter de rug in orde te maken. Als er iets gebeurd had je alleen een gat in je rug.
Ik lapte de instructies vaak aan mijn laars, op het laatst zette ik het slagpijpje met m’n kiezen klem.

In de oorlog had ik mijn kennis niet kunnen bewijzen. Twee dagen na de komst van de Duitsers had mijn
compagnie opdracht gekregen naar Rotterdam te reizen. Daar moesten we de Maasbruggen onder lading
brengen. We zijn er nooit gekomen, omdat de mariniers de Duitsers goed bezighielden. We waren zolang
in het Algemeen Verkooplokaal op de Goudsesingel ingekwartierd, een zaal waar boksers en zakkendra-
gers hun wedstrijden hielden. Toen de Duitsers ons later met bommen en de mannen dreigden te bezwij-
ken, hebben we het allemaal op een lopen gezet. Via het Kralingse Bos keerden we naar Schoonhoven
terug. Daar werden we krijgsgevangen gemaakt.

Na een weekje mocht ik weer naar Rotterdam. Ik werd bij de explosievenploeg ingedeeld. Na het appel,
elke dag stipt om acht uur, trokken we met een oude kolenwagen, door een ketting aangedreven en op
massieve wielen, naar muren die omgetrokken moesten worden. Daar kwam altijd veel gevoel aan te
pas.


Springploeg bij de Zuiderkerk
Afbeelding
Foto: Rotterdam


Je zette een ladder tegen de muur en keek of tie het hield. Ging hij tegen de vlakte, dan viel je hooguit
een, twee meter. Maar muurtjes uit die tijd konden wel iets hebben, dat wist je van te voren. Bleven ze
overeind, dan gooide je er met een kunstworp een stalen strop omheen. Hup, hup een paar rukjes met
die oude vrachtwagen aan de lier en daar kwam het zooitje al naar voren.
Lukte het met het stropje niet, dan moest je springen. Zo is ook het Coolsingel ziekenhuis eraan gegaan.
Vier ladingen waren er voor nodig. Dat waren knallen, daar werd de binnenstad voor afgezet. We stonder
er te tellen: een tee, drie, maar de vierde explosie wilde maar niet komen.
Een uurtje hebben we nog staan wachten, voordat onze commandant vrijwilligers vroeg. Iemand moest
toch kijken wat er aan der hand was met de vierde. Vijentwintig gulden gevarengeld zouden we krijgen
als we het deden. Ik ging niet voor het geld, maar voor de sensatie. Drie andere kwamen mee. Eigenaar-
dig, maar angst heb ik niet gekend. Ik wist ook waar ik ongeveer moest zoeken. Daar zag ik de vierde la-
ding liggen. Het was simpel: het slaghoedje in het trotyl had na de derde explosie losgelaten. Ook de laat-
ste muren van het ziekenhuis zijn daarna neergegaan. Het was een van de grootste stukken die we ge-
sprongen hebben. Maar ook de grutterij d’Blaauwe Molen aan het Pompenburg, de Zuiderkerk aan de
Glashaven en de Westerkerk op de Kruiskade mochten er wezen. Die hadden van die vreselijk dikke mu-
ren, dagen stond je gaten te boren voor het trotyl. Maar na dat rotwerk kwam de extase. Om de beurt
mochten we op het pompje van de ontsteking drukken. Zo’n klein pompje tegen zo’n groot gebouw.
Drukken, wammm en daar ging weer een kerk. Zo hebben we heel wat van Rotterdam neer staan halen.
Ik moet eerlijk zeggen, ik raakte er erg bedreven in.


Solide restanten van de kerk
Afbeelding
Foto: Rotterdam


Voorbereiding voor het springen
Afbeelding
Foto: Uit het Hart


Met de luchthamer worden gaten gemaakt
Afbeelding
Foto: Uit het Hart


Dichtbij de kerk op de Kruiskade, in Hotel Central, lagen ook Duitsers. Onze kapitein, Engelbrecht, die wel
wat dorstte, liet ons veel te zwarte ladingen leggen. De ruiten van het hotel vlogen eruit. Die Duitsers
schreeuwden ‘Was ist los?’ en wij speelde de onschuld. Maar na drie keer moesten we de restanten van
de kerk toch met luchthamers en compressoren slopen.


De ploeg schuift explosieven in de gaten
Afbeelding
Foto: Uit het Hart


Springladingen ontploffen
Afbeelding
Foto: Rotterdam


Al die weken heb ik slechts één keer in angst gezeten . Niet om de Duitsers,
daar had ik maling aan. Het was die keer met sergeant Bosker *). We zouden
de HBS aan het Van Alkemadeplein springen.
Hij had net tegen een muur staan te urineren en de lading gereed gemaakt.
Hij heeft de muur over zich heen gekregen. Was net te laat weg.


Lid van de explosievenploeg urineert, later zou hij om het leven komen ...
Afbeelding
Foto: Uit het Hart


We hebben hem een begrafenis met militaire eer gegeven, zonder karabijnen…..’



*)
Jan du Pré heeft het over: "sergeant Hulscher". Er is geen Hulscher omgekomen
door een soortgelijk incident, of anderszins, in de meidagen van 1940. De enige
die wel op deze wijze is omgekomen is sergeant Geert Bosker.



Afbeelding
Leeuwarder Courant, zaterdag 1 juni 1940


Afbeelding
Leeuwarder Nieuwsblad, zaterdag 1 juni 1940


Afbeelding
De Volkskrant, dinsdag 4 juni 1940


Afbeelding
De Volkskrant, woensdag 5 juni 1940


Geert Bosker is begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk te
Rotterdam in het Erehof, Vak P - Rij 02 - Graf 96.


Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Enkele Bronnen:


"Nederlandse gesneuvelden in de meidagen 1940"
J.W. de Leeuw.
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2012.

"Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog"
J.L. van der Pauw.
Uitgeverij Boom Amsterdam -en- Gemeentearchief Rotterdam, 2006.

"Uit het Hart", Rotterdammers over het bombardement
F. Baarda.
Focus/SDU Uitgeverij, Amsterdam/Den Haag, 1990.

"Hengelo in oorlogstijd"
J.P. van Vree.
Uitgave Stichting Bevrijdingsfeest Hengelo [OV], Hengelo 1985.

"Storm uit het Noorden", Mobilisatie en Duitse inval in Twente 1939 - 1940
C.B. Cornelissen
Twents-Gelderse Uitgeverij Witkam b.v., Oldenzaal 1985.

"De strijd om Rotterdam, Mei 1940"
V.E. Nierstrasz.
Staatsdrukkerij en Uitgeversbedrijf, 's-Gravenhage 1952.


oorlogsgravenstichting.nl
www.archieven.nl
www.findagrave.com
www.zuidfront-holland1940.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


wo mei 29, 2019 11:55 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
James SPRANG (30 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Faces To Graves


Geboren op woensdag 8 mei 1912 in Blantyre, Hamilton, Lanarkshire, Schotland (UK).

Zoon van William STRANG en Margaret ROBSON.


Op woensdag 9 october 1935 huwde James met Wilhelmena McInally.

Uit dit huwelijk geboren op vrijdag 28 mei 1937 zoon Malcolm.


James werkte voordat hij bij de Royal Air Force Volunteer Reserve kwam als broodbezorger in het
graafschap Durham



James meldde zich aan bij Royal Air Force Volunteer Reserve op 23 september 1940 in het 9e RAF op-
komstcentrum te Blackpool. Op 25 september 1940 werd hij aangenomen als luchtschutter. Vervolgens
ging hij op 8 october 1940 naar het opleidingscentum op RAF Wilmslow, in het graafschap Cheshire
voor verdere opleiding, voordat hij op 15 november 1940 zijn vervolg opleiding kreeg op RAF Aberporth
in het graafschap Ceredigion in Wales.

Op 19 mei 1941 begon hij zijn Air Gunner opleiding bij de 5e Bombing & Gunnery School, RAF Jurby op
het Isle of Man. Op 11 juli 1941 stapte hij over naar de laatste fase van zijn opleiding bij 10e Bombing
& Gunnery School op RAF Dumfries, Schotland. De volgende dag werd hij gepromoveerd tot Leading Air-
craftman. Hij voltooide met succes zijn Air Gunner training op 8 augustus 1941.


Op 30 augustus 1941 werd James gedetacheerd bij 19e Operational Training Unit, RAF Kinloss, waar hij
de opleiding volgde voor het type Medium bommenwerper waarmee hij in operationele dienst zou gaan
vliegen, de Armstrong Whitworth Whitley Mk V.


James werd op 8 oktober 1941 geplaatst bij het 78 Squadron op RAF Middleton St.George in het graaf-
schap Duham. Het squadron was onderdeel van 4e Group, Bomber Command. James werd de volgende
dag, op 9 oktober1941, bevordert tot Sergeant. Hij vloog in zijn eerste operationele vlucht, een bombar-
dementsmissie gericht op Neurenberg, op 12 oktober 1941. Daarna vloog nog 8 operationele vluchten
als luchtschutter op dit type vliegtuig. Op 13 februari 1942 vloog hij zijn laatste operationele vlucht in
de Whitley.



78 Squadron ging vervolgens de volgende paar maanden in opleiding voor de overgang van Medium-
naar de Zware bommenwerpers, in de vorm van de Handley Page Halifax B Mk II.


Het gehele 78 Squadron tijdens de conversie cursus
Afbeelding
Foto: Faces To Graves


Na afloop van de conversie cursus voor overgang naar de Halifax werd James aangesteld als staart-
schutter van de nieuwe Halifax W 7698, die op 8 mei 1942 aan 78 Squadron werd overgedragen.


De vaste bemanningsleden van deze Halifax waren:

45071 Squadron Leader G.D. Leyland (Piloot),
J / 4773 Pilot Officer L.G. Geddes (Navigator),
1307368 Sergeant C.G. Pugsley (Radio Operator/Luchtschutter)
335281 Sergeant J.E.R. Lyons (40 jaar) (Boordwerktuigkundige),
1069578 Sergeant W. Brookes (28 jaar) (Radio Operator/Luchtschutter)
1378938 Sergeant J. Strang (30 jaar) (Staartschutter)


Samen namen ze met succes deel aan de eerste "Thousand Bomber Raid" op Keulen van 30 mei 1942.


Een Halifax B Mk II van het 78 Squadron
Afbeelding
Foto: World War Photos


Op maandag 1 juni 1942 vlogen de bemanning in de Halifax W 7698, callsign. EY - ? samen in de
tweede “Thousand Bomber Raid”, deze keer gericht op het Duitse Essen. Ze vertrokken die avond
vanuit RAF station Croft in Noord Yorkshire, om 22.55 uur LT.

Het vliegtuig werd waarschijnlijk onderschept en neergeschoten door Oberleutnant Heinrich Prinz
zu Sayn-Wittgenstein (1916-1944) van IX/NJG2. Hij claimde dit als een uitgaande Halifax voor zijn
4e Abschusse (overwinning) om 00.43 uur.


De Halifax werd ook gemeld als onderschept en in brand gevlogen om 00.23 uur en zou daarna
op dinsdag 2 juni 1942 zijn neergestort op ongeveer 750 meter van de Nederlands-Duitse grens
bij de kruising van Genneperweg en Ketelstraat in het Reichswald, ongeveer 3 kilometer zuid-
zuidwest van Kranenburg, Noord-Rijnland-Westfalen, waar het toestel explodeerde bij de impact
op de grond.


Als gevolg van dit incident, werden James Strang, samen met de Sergeanten Brookes en Lyons
gedood. Squadron Leader Leyland, Pilot Officer Geddes en Sergeant Pugsley slaagden erin om
levend uit het vliegtuig te komen en werden vervolgens meegenomen als krijgsgevangen.
Deze drie bemanningsleden overleefden de oorlog.


Afbeelding
Flight, 5th november 1942


James werd aanvankelijk begraven op de algemene begraafplaats in Kranenburg Duitsland.
In juli 1945 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de Canadese oorlogsbegraaf-
plaats in Groesbeek en herbegraven in Vak VI, Rij A, Graf 2.



Afbeelding



Afbeelding
Foto's: Oorlogsgravenstichting


Afbeelding


Afbeelding


Afbeelding
Foto's: Wouter van Dijken, 23 augustus 2018 (Find A Grave)



James Strang liet zijn weduwe en jonge zoon Malcom achter, die 5 dagen voordat hij sneuvelde 5 jaar
was geworden. Ook liet James een erfenis van een "familiedienst" achter in de Royal Air Force. In elke
volgende generatie na James diende een lid van de familie in de Royal Air Force; een traditie die tot op
de dag van vandaag voortduurt.

Een speciale herdenking vond plaats op 2 juni 2017 op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.
De nazaten van James Strang herdachten de verjaardag van de dag dat James stierf op 2 juni 1942.

Kleindochter Michelle Howden-Strang, die in Goch, Duitsland woont, verzorgde een reis naar Groesbeek
ter gelegenheid van dit 75-jarig jubileum.

De korte maar indrukwekkende viering op de Canadese begraafplaats werd geleid door Royal Air Force
pastoor, de eerwaarde Ashley Mitchell.


Groesbeek 2 juni 2017
Afbeelding
Achterkleinzoon Alistair, kleinzoon Martin, kleindochter Michelle en zoon Malcolm
Foto: Faces To Graves



Enkele Bronnen:


"Faces to Graves"

Newsletter No 4 – Autumn 2017
Newsletter No 2 – Autumn 2016

"RAF Bomber Command Losses of the Second World War",
Aircraft en Crew Losses, Volume 3, 1942..
W.R. Chorley
Midland Counties Publications, Earl Shilton, Reprinted, England 1997.

"The Bomber Command War Diarres", An operational reference book 1939 - 1945.
M. Middlebrook and C. Everitt
Midland Publishing Limited, Earl Shilton, England 1996.


internationalbcc.co.uk
nl.findagrave.com
oorlogsgravenstichting.nl
wartimememoriesproject.com/
www.cwgc.org
www.facestograves.nl
www.historyofwar.org

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jun 02, 2019 11:00 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Theodoor (Theo) LIMBOSCH (21 jaar)
.

Afbeelding
Foto: NIMH-Beeldbank Defensie


Geboren donderdag 26 april 1923 te Malang, Oost Java (NOI)



Afbeelding
Soerabaiasch-Handelsblad, donderdag 24 juli 1941


Theo Limbosch was vanaf 6 augustus 1941 als adelborst voor de zeedienst (Stamboeknr. 2.955)
in opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Soerabaja. Op 22 februari 1942 werd
het jongste jaar adelborsten (promotie 1941) tot korporaal-adelborst bevorderd. Evenals hun
oudere collega’s van destijds in Nederland (meidagen 1940) stonden ook zij te popelen actief te
kunnen zijn in de oorlog die nu Java rechtstreeks bedreigde. Nu de Japanners op verschillende
punten de Indische Oceaan hadden bereikt, kon een grootscheepse landing op Java elk ogenblik
worden verwacht. Op het Koninklijk Instituut wist men die laatste dag van februari nog niets van
de dramatische gebeurtenissen in de Javazee, laat staan van een eventuele evacuatie naar over-
zee. Op zondag 1 maart 1942 kwam even na 6 uur in de ochtend de adelborst van dienst met veel
kabaal de slaapzaal op: ‘Overal, duikt eruit, we gaan evacueren …’ ‘Evacueren ??’ Het woord sloeg
in als een bom.
Om half acht met de trein van het station Goebeng naar Tjilatjap om later aan boord van de "Kota
Baroe" met 600 man marinepersoneel naar Ceylon te varen waar we op 12 maart in de haven van
Colombo binnen liepen. Vandaar op 18 maart met de "Nieuw Amsterdam" naar Durban in Zuid
Afrika en op 4 april aan boord van de "Christiaan Huygens" via Kaapstad naar Engeland waar we
op 2 mei 1942 bij Liverpool ten anker kwamen.
Er kwamen totaal 110 adelborsten en aspirant reserve officieren op 2 mei 1942 vanuit Indië in
Engeland aan. Deze moesten enige tijd op "Pill Farm" verblijven vanwege plaatsgebrek op Enys
House, in Cornwall, zuid Engeland. Op 16 juli 1942 werden zij op Enys House welkom geheten.

Tijden de voortzetting van de officiersopleiding op Enys House heeft Theo zich met enkele anderen
opgegeven voor verdere dienstneming bij de Marine Luchtvaartdienst (MLD). Deze "fladderaars"
werden bij de Royal Air Force (RAF) tot officier vlieger opgeleid en droegen daarbij het RAF uniform,
tot hun benoeming tot officier. Zij hebben nooit de rang van sergeant adelborst bekleed.


Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Op 5 augustus 1942 volgde keuring bij de RAF en drie dagen later werd hij voor den duur van de
opleiding bij de Royal Air Force Volunteer Reserve (RAFVR) geplaatst. Na de grondopleiding te heb-
ben doorlopen volgde vanaf 3 december 1942 de eerste vliegopleiding te Desford in Leicestershire
bij de No. 7 Elementary Flying Training School. Voor de vervolgopleiding vertrok Theo Limbosch
op 12 februari 1943 naar Canada en werd aldaar geplaatst bij de No. 31 Elementary Flying Training
School te De Winton bij Calcary in Alberta. In mei 1943 werd de voortgezette vliegopleiding op twee-
motorige toestellen afgerond en volgde op 3 september 1943 de brevetuitreiking. Op 19 september
1943 arriveerde Theo weer in Engeland, met de aantekening heeft de initial training in Canada vol-
tooid.


Theo met zijn medecursisten tijdens een van de vele opleidingen
Afbeelding
Foto: NIMH-Beeldbank Defensie


Voor de voortgezette opleiding tot jachtvlieger bij de Fleet Air Airm (FAA) was hij per 15 november
1943 beschikbaar. Zijn detachering bij de RAFVR werd per 19 november 1943 ingetrokken. Op deze
datum werd hij Koninklijk Besluit per 1 october 1943 benoemd bij de MLD tot officier-vlieger der 3e
klasse. Na een korte detachering vanaf 27 november 1943 tot 16 december 1943 op RAF Station
Errol, tussen Perth en Dundee in Schotland bij de No. 9 (Pilots) Advanced Flying Unit.


Theo in een vervolgopleiding als officier-vlieger 3e klasse
Afbeelding
Foto: NIMH-Beeldbank Defensie


Na de korte periode op Errol overgeplaatst naar de No. 2 Naval Figther School op Royal Navy Air
Station (RNAS) Henstridge (HMS Dipper) in Somerset. Theo bleef opgenomen in de personeelsrol
van de Koninklijke Marine te Londen. Vlak vóór zijn definitieve oorlogsbestemming volgde Theo nog
de No. 9 Fighter Course op RNAS Henstridge.
Op 20 april 1944 werd navolgende kwalificatie betreffende zijn cursusprestaties door de Chief Flying
Instructor afgegeven: Very keen and capable pilot. Must be watched for over confidence. Will do
very well in 1st line Squadron.


Theo heeft daarna korte tijd in No. 894 Squadron operationeel gevlogen met de eenpersoons jager
Supermarine Seafire F-III, geschikt voor deklandingen op vliegkampschepen .

Seafire Mk. III
Afbeelding
Foto: World War Photos


Met ingang van 29 mei 1944 werd Theo geplaatst het 1840 Squadron met als basis RNAS Ballyhalbert
(HMS Corncrake) 30 mijl ten zuiden van Belfast in Noord-Ierland. Het vliegveld werd door de Fleet Air
Arm gebruikt om squadrons op te werken voor de dienst aan boord van vliegkampschepen.

Het opwerken in 1840 Squadron, dat voor 80 % bestond uit Hollandse vliegers stond onder commando
van de Lieutenant Commander A.R. Richardson uit New Zealand. Men vloog met de Amerikaanse Grum-
man Hellcats Mk. Een toestel speciaal ontworpen voor de dienst aan boord van vliegkampschepen.


Hellcats het het 1840 Naval Air Squadron van RNAS Eglinton, Northern Ireland
Afbeelding
Foto: Imperial War Museum


Op vrijdag 9 juni 1944 werd Theo Limbosch vermist tijdens een nachtelijke oefenvlucht met de Hellcat
FN404 op ongeveer 10 mijl zuid-oost van Mull of Kintyre in de buurt van Arran Island.


Theo Limbosch kreeg met zijn toestel een zeemansgraf in het water van de Firth of Clyde, westkust van
Schotland.


Sunset Mull of Kintyre, Schotland
Afbeelding
Foto: Miss K, 25 augustus 2010

De naam van Theo staan vermeldt in Gedenkboek 38 van de Oorlogsgravenstichting


Afbeelding
Afbeelding
Amigoe di Curaçao, dinsdag 12 september 1944



Toespraak Commandant Luchtstrijdkrachten
Luitenant-generaal A. Schnitger
Tijdens de herdenking van woensdag 4 mei 2016 op de voormalige Vliegbasis Soesterberg


De geschiedenis leert, dat dan de aantallen offers vaak groot, zeer groot zijn. Wie de boeken er op
naslaat en de aantallen slachtoffers en gesneuvelden op zich laat inwerken, gaat het al snel duizelen.
Maar vaak zeggen de persoonlijke verhalen van individuen, direct betrokkenen, veel meer dan de
kille totaalcijfers. Ter illustratie wil ik vandaag stilstaan bij één familie die in de 4

Tweede Wereldoorlog grote offers bracht. Hun verhaal staat vandaag symbool voor alle gevallenen
die wij hier vandaag herdenken.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonde de familie Limbosch in het toenmalige
Nederlands-Indië. Vader Gustave Limbosch, ambtenaar bij de Topografische Dienst, leefde met zijn
gezin – vrouw, twee dochters en drie zoons – in Batavia toen Japan Nederlands-Indië binnenviel.
De oorlog rukte het gezin uit elkaar. Vader, moeder, dochters en het jongste broertje verdwenen in
verschillende interneringskampen, waar vader Gustave in januari 1943 kwam te overlijden. Zijn twee
oudste zoons, Louis en Theo, ontkwamen aan de verschrikkingen van de Jappenkampen.

Louis, de oudste zoon, ontsnapte begin 1942 naar Australië en belandde korte tijd later op de Neder-
landse vliegschool in Jackson, Mississippi in de Verenigde Staten. Bij deze Royal Netherlands Military
Flying School, kreeg hij een opleiding tot waarnemer. Als gebrevetteerd Officier-Zeewaarnemer derde
klasse voor de Koninklijke Marine vertrok hij in het voorjaar van 1943 naar Groot-Brittannië, waar hij
bij het 320 Squadron werd geplaatst, een Nederlands squadron bij de Royal Air Force, waarbij naast
marinepersoneel ook veel mannen van de militaire luchtvaart dienden. Louis had 77 operationele uren
vol gevlogen toen hij op 13 maart 1945 in een formatie met twaalf Mitchell-bommenwerpers van het
320 Squadron naar het Belgische plaatsje Manderfeld vloog om daar het wegennet te bombarderen.
Tijdens de bomb run boven België explodeerde een van de Mitchells in de lucht, waardoor het toestel
van Louis door de luchtdruk werd weggeblazen, een halve slag omdraaide en vervolgens brandend
omlaag stortte, waarbij verschillende delen van het vliegtuig afvlogen. De beide 4-koppige Mitchell-
bemanningen kwamen bij de crash om het leven.

Louis jongere broer Theo zou eveneens uit Indië weten weg te komen. Theo was in augustus 1941 als
adelborst begonnen aan een opleiding aan het Instituut der Marine in Soerabaja. Vlak voor de Japanse
overrompeling van Java werd hij met de gehele officiersopleiding geëvacueerd naar Ceylon. Vanaf juni
1942 zette hij zijn officiersopleiding voort in Groot-Brittannië, waar hij zich opgaf voor de MLD.
Na keuring bij de RAF en het doorlopen van de grondopleiding, begon hij in december aan de vliegop-
leiding. In Canada volgde hij in 1943 de voortgezette vliegopleiding en in september 1943 ontving hij
zijn vliegbrevet (zijn wings). Terug in Groot-Brittannië werd hij benoemd tot officier-vlieger der 3e
klasse en volgde een daar een Fighter Course. Zijn Chief Flying Instructor gaf hem de volgende
kwalificatie: ‘Very keen and capable pilot. Must be watched for over confidence. Will do very well in
1st line Squadron.’ Vanaf mei 1944 was hij geplaatst bij het 1840 Squadron op Ballyhalbert ten zui-
den van Belfast in Noord-Ierland. Tijdens het opwerken op Hellcats raakte hij op 9 juni 1944 tijdens
een nachtelijke oefenvlucht vermist. Zijn squadron-commandant noteerde: ‘Halfway through the
exercise (…) Flying Control (..) asked him to transmit for a fix, as he could not give them his definite
position when asked (…) A vector was given him to base, to which he did not reply, and no further
information has been heard of or from him.’

De rest van de familie Limbosch – moeder, dochters en jongste zoon – overleefden de Tweede Wereld-
oorlog – en keerden naar Nederland terug. Zij kregen pas maanden na de oorlog te horen dat beide
broers waren omgekomen. Weduwe Limbosch bleef daarna nog met veel vragen zitten. In april 1946
verzocht zij daarom, vanuit buitenplaats Rustenhoven in Maartensdijk, dat diende als opvangcentrum
voor gerepatrieerde Nederlanders uit Nederlands-Indië, aan het Ministerie van Marine om meer infor-
matie over de omstandigheden waaronder haar beide zoons waren omgekomen. Enkele maanden later,
in juni 1946 ontving zij een – tamelijk zakelijke – reactie met meer details over hun dood.

Zo liet de oorlog diepe sporen na bij de familie Limbosch. Vader lag begraven het Nederlands ereveld
Leuwigajah te Cimahi in Indonesië, Theo vond een zeemansgraf in de Ierse zee in de buurt van Mull
of Kintyre, en het lichaam van Louis kon uiteindelijk in België worden geborgen en kreeg een laatste
rustplaats op het Militair Ereveld Grebbeberg te Rhenen, hier niet al te ver vandaan.

Het geleden leed en de offers van de familie Limbosch staat vandaag centraal voor alle gevallenen in
de familie van de Nederlandse militaire luchtvaart. Het is de moeite waard om deze mensen te her-
denken, hun verhalen te blijven vertellen, zodat wij ons blijven realiseren welke offers de strijd voor
vrede en veiligheid kan vergen en hoe zwaar ons aller verantwoordelijkheid dat te voorkomen weegt….



Enkele Bronnen:


"Eenige Wakkere Jongens", Nederlandse oorlogsvliegers in de
Britse luchtstrijdkrachten 1940 - 1945.
E. van Loo
Uitgeverij Boom, Amsterdam. Tweede druk: december 2013.

"Dutchies in de Fleet Air Arm", Nederlandse Marinevliegers in
dienst bij de Fleet Air Arm tijdens de Tweede Wereldoorlog.
N. Geldhof
Uitgeverij Geromy B.V., Maarssen 2007.

"Gedenkrol van de Koninklijke Marine 1939-1962"
en het niet gepubliceerde “Supplement" op deze
gedenkrol.
H.J. Floor †, Weesp, 2004.

"Van Tirpitz tot Kamikazes", Het verslag van een Nederlandse marine-
jachtvlieger bij het 1840 Naval Air Squadron, Fleet Air Arm 1944 – 1945.
J.G. Boon von Ochssée
Uitgeverij De Bataafsche Leeuw, Amsterdam, 1999.

"Gedenkboek Enys House 1940 - 1945", Het Koninklijk Instituut
voor de Marine gedurende de Tweede Wereldoorlog.
V.J.L. Blom
Uitgeverij Bonneville, Bergen NH, 1992.

"De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog" Deel: 3.
Ph.M. Bosscher
Uitgeverij van Wijnen, Franeker, 1990.

"Gedenkboek Honderd jarig bestaan der Adelborsten
opleiding te Willemsoord 1954 - 1954".
P.S. van ’t Haaf -en- M.J.C. Klaasen
Uitgeverij van Dishoeck, Bussum, 1954.

"Naamlijst Officieren der Koninklijke Marine 1944"
Anoniem
Uitgave: z.p., z.j., Engeland, medio 1944.


aircrewremembered.com
aviation-safety.net
nimh-beeldbank.defensie.nl
oorlogsgravenstichting.nl
traditiekamermld.nl
http://www.iwm.org.uk
http://www.mapleleafup.net
http://www.royalnavyresearcharchive.org.uk

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jun 09, 2019 11:15 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Marinus Adrianus (Ries) van ROOIJEN (44 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravensticting


Geboren donderdag 21 october 1897 te Houten (UT)

Zoon van:

Gerardus Franciscus van ROOIJEN (1868-1930) en Cornelia EBSKAMP (1892-1900).


Marinus werd geboren op de boerderij "De Steenen Poort" bij Houten in Utrecht.
Hij was het derde van de vijf kinderen van Gerardus en Cornelia.

Het gezin bestond uit de navolgende kinderen:

Adrianus, geboren in 1895;
Wilhelmus, geboren in 1896;
Marius (Ries), geboren in 1897;
Joannes, geboren in 1898 en
Cornelia Maria, geboren in 1900.


Moeder Cornelia stierf op 1 maart 1900 bij de geboorte van haar vijfde kind, dochter
Cornelia.

Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde vader, 39 jaar, op 2 mei 1907 met
Johanna Maria Helena Zomer, 34 jaar.

Uit dit tweede huwelijk werden nog eens zes kinderen geboren. Vader Gerardus
overleed 30 december 1930.


Als Marinus, of Ries zoals hij thuis werd genoemd, het in zijn latere leven over zijn
moeder had, dan bedoelde hij vaak zijn stiefmoeder. Zij woonde op "De Steenen
Poort" tot mei 1940, toen haar jongste zoon Gert (Marinus jongste halfbroer) ging
trouwen. Daarna woonde ze in Houten bij haar zoon Kees en zijn vrouw Anny.
Als Marinus vanaf 1940 een brief naar huis schreef, was die zodoende gericht aan
moeder, Anny en Kees.


Na de lagere school ging Van Rooijen naar het kleinseminarie in Culemborg en ver-
volgens naar het naar het grootseminarie Rijsenburg in Driebergen. Daar was hij
bevriend met zijn klasgenoot Bernardus Alfrink, de latere aartsbisschop van Utrecht.
In de zomervakanties kwam Alfrink steeds een paar weken logeren op "De Steenen
Poort".


Afbeelding
Het Centrum, vrijdag 22 augustus 1924


Boerderij de Steenen Poort in augustus 1924 bij de priesterwijding van Marinus Afbeelding
Foto: Oud Houten


Van Rooijen werd priester gewijd op vrijdag 15 augustus 1924. De woensdag daarop, 20 augustus, droeg
hij zijn eerste Heilige Mis op in zijn geboorteplaats Houten. Vervolgens was hij van 12 september 1924 tot
23 augustus 1927 kapelaan in Beltrum (GL) nabij Groenlo en daarna tot 13 januari 1933 in Keijenborg
(GL) nabij Hengelo. Zijn pastoor daar was Th.J.J. Thuis, die eerder kapelaan was geweest in Zeddam.


’s-Heerenberg (GL)

Op 13 januari 1933 werd Van Rooijen assistent in de Sint Pancratiusparochie in 's-Heerenberg en op
7 oktober van dat jaar kapelaan als opvolger van kapelaan Terpstra. Hij diende onder pastoor Galama.
Behalve kapelaan Terpstra heeft Van Rooijen in 's-Heerenberg nog zes collega-kapelaans gehad, name-
lijk Graafsma (tot 1932), Tutert (tot 1935), Kloppenburg (1933-1937), De Meij (1933-1939), Visser
(1939-1940) en als laatste Hegge (vanaf 1940).


Sint Pancratiuskerk te 's-Heerenberg
Afbeelding
Foto: Henk Monster - 7 oktober 2012 (Panoramio)


Al in Keijenborg had de aartsbisschop van Utrecht kapelaan Van Rooijen benoemd tot sportadviseur van
de Afdeling Oost-Gelderland van de Diocesane Utrechtsche Voetbalbond. In die functie heeft Van Rooijen
heel veel gedaan voor de ontwikkeling van de voetbalsport en van sport in het algemeen. In 1929, dus
nog voor zijn komst naar 's-Heerenberg, heeft hij pastoor Peters van Beek er bij de oprichting van R.K.
B.V.C (Rooms-Katholieke Beekse Voetbalclub, de voorloper van R.K.S.V. 't Peeske) van kunnen overtui-
gen dat de jongens best in korte broek mochten voetballen. De pastoor vond dat eigenlijk maar niks.

Onvermoeibaar toerde hij voor zijn werk de hele Achterhoek door; eerst op de fiets of meerijdend in een
auto en later op z'n eigen motor. Toen hij in 's-Heerenberg werd benoemd, was zijn roem hem al vooruit-
gegaan. "We krijgen een voetbal-kapelaan", zei de jeugd, terwijl hij bij de ouderen al een naam had als
jeugdleider.

Mede in zijn werk voor de sport kon Van Rooijen zich uiten als een wellicht wat impulsieve, maar altijd op-
gewekte man die anderen steeds weer wist te stimuleren en motiveren om mee te doen. Ook was hij heel
vrijgevig en heeft veel voor de armenzorg gedaan.

Hij was ook actief bij de R.K Middenstandsvereniging St. Martinus.


De 's-Heerenbergse geestelijken met onderwijzend personeel uit de stad. Zittend uiterst links kapelaan
Kloppenburg, daarnaast kapelaan Van Rooijen en zittend tweede van rechts pastoor Galama
Afbeelding
Foto: Berghapedia, collectie Bennie Schuurman


Jubileum van Ries van Rooijen 15 februari 1937
Afbeelding
Foto: Berghapedia


De Sint-Pancratiusparochie te ’s-Heerenberg tijdens WO-II

In de vroege ochtend uren van 10 mei 1940 werd ’s-Heerenberg, net als vele andere dorpen en steden
aan de Nederlands-Duitse grens, gewekt door het gebrom van Duitse vliegtuigen. Met honderden zwerm-
den de Duitse jagers en bommenwerpers richting Nederland om daar hun vernietigende werk uit te voe-
ren. Enige uren daarna marcheerden Duitse infanterie en cavalerie door het stille grensstadje, later ge-
volgd door Duitse tanks en vrachtwagens. Pas bij Westervoort en Doesburg zouden deze troepen op het
eerste serieuze verzet van Nederlandse troepen stuiten.

De Duitse verovering van ’s-Heerenberg verliep snel en zonder opvallende incident. Er was helaas op 10
mei 1940 wel een dode te betreuren; de 52 jarige heer Theodorus J.L. Overbeek (1887-1940), gemeente-
ontvanger en rentmeester van het Gasthuis. Theo werd in zijn slaapkamer om 4 uur in de ochtend dode-
lijk getroffen door een verdwaalde kogel.

De Duitse doortocht door ’s-Heerenberg was echter maar een klein onderdeel van de enorme Duitse ope-
ratie "Fall Gelb" genaamd die tot doel had om vanaf 10 mei 1940 Nederland, België, Luxemburg en Frank-
rijk in één beslissende veldtocht te veroveren.


Eind juni 1940 was de strijd op het Europese vasteland voorbij. De Duitse bezettende macht voerde in het
begin van de bezetting een milde vorm van beheer en bestuur uit. Dit zou in de later op gruwelijke wijze
veranderen. Gedurende bezetting ontplooide de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) van
Anton A. Mussert (1894-1946), zich als een fervent aanhanger van de bezettende macht. de NSB naam
geen enkel voorbehoud om zich, ten koste van alles, zich te profileren zodat ze de bestaande gevestigde
(oude) vooroorlogse orde totaal over konden nemen op allerlei gebied.


Ook in ’s-Heerenberg was de NSB, vooral gedurende de vooroorlogse crisisjaren in de jaren ’30, een be-
hoorlijk populaire partij. Dat bewijst de verkiezingsuitslag van de laatste verkiezingen voor de Tweede
Kamer vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Van de totaal 568 uitgebrachte stemmen in ’s-Heerenberg,
telde men er 122 voor de NSB. De invloed die de katholieke geestelijkheid in ’s-Heeren-berg op haar
parochianen had, stond een verdere uitbreiding van het aantal NSB’ ers echter danig in de weg. Ondanks
een lichte stijging tot ruim 100 betalende leden in ’s-Heerenberg na de Duitse inval van 10 mei 1940,
bleven de lokale NSB-leiders ontevreden. Ook de plaatselijke afdeling van de Jeugdstorm, de jeugdorgani-
satie van de NSB, had veel concurentie van de Katholiek Jongeren Contact vereniging (KJC) van kapelaan
Van Rooijen. Voor de lokale NSB-leiders was er dan ook maar één oplossing mogelijk:
Pastoor J.IJ. Galama (1885-1942), de Kapelaans Van Rooijen (1897-1942) en R.H.F. Hegge (1912-1976)
zouden verwijderd moeten worden uit ’s-Heerenberg.

Het enige probleem was dat er een duidelijke reden gevonden moest worden om deze geestelijken op te
kunnen laten pakken. Deze reden werd gevonden in het voorlezen van een bisschoppelijke brief door pas-
toor Galama tijdens de heilige mis van zondagmorgen 3 augustus 1941.
In deze brief die door beide kapelaans bovendien vermenigvuldigd was en in ’s-Heerenberg huis-aan-huis
werd rond gebracht door de jongen van de KJC, veroordeelden de Nederlandse bisschoppen in acht punten
het beleid van het naziregime in Nederland en haar Nederlandse handlangers.
Het voornaamste punt van protest richtte zich tegen de opheffing van het R.K. Werkliedenverbond door de
Duitse bezetter.

De ’s-Heerenbergse NSB-top nam nog dezelfde dag contact op met de Gestapo in Emmerik. Deze aarzelde
echter, aangezien ’s-Heerenberg formeel onder de controle viel van de Sicherheitsdienst (SD) te Arnhem.
Na overleg met het hoofdbureau van de Gestapo te Wesel werd overeengekomen dat de Gestapo van
Emmerik de arrestaties zou uitvoeren en dat de geestelijken dan naar de SD in Arnhem gebracht zouden
worden.


Op maandagmorgen 4 augustus 1941 om half elf stopte een auto voor de pastorie in ’s-Heerenberg.
Twee mannen in lange jassen stapten uit en belden aan. De huishoudster van de pastorie opende de deur
en schrok. Ze vertelde dat pastoor Galama niet thuis was, maar ergens in de parochie. De agenten liepen
naar binnen en vonden daar alleen kapelaan Hegge, die nog net op tijd de knop van de radio, die op een
Engelse zender stond afgesteld, een slag om kon draaien.
Na ongeveer een kwartier kwam pastoor Galama thuis. De mannen van de Gestapo vertelden Galama dat
hij was gearresteerd wegens “Deutschfeindlichkeit” en sommeerden hem zich als een leek te kleden en
met hen mee te komen. De pastoor weigerde echter om in burger mee te gaan en hield zijn zwarte toog
aan. De agenten bevalen dat kapelaan Hegge en kapelaan Van Rooijen, die die dag naar zijn familie in
Houten was, zich de volgende dag om twee uur ’s middags moesten melden bij het bureau van de SD aan
de Utrechtse-weg in Arnhem.


Galama-Hegge-Van Rooijen
Afbeelding
Foto:


Pastoor J.H. Spruijt (1892-1958) uit het nabij gelegen Stokkum kwam juist via de keukendeur de pastorie
binnen. Hij had twee brieven van de Duitse bisschoppen bij zich. Deze brieven zouden verder gebracht
moeten worden naar het Nederlandse episcopaat. Gelukkig voor pastoor Spruijt sloegen de Gestapo-
agenten geen acht op hem, anders zou het met hem uiteindelijk ook zeker slecht zijn afgelopen.

Rond het middaguur werd pastoor Galama opgesloten in de cel no. 18 van het Arnhemsche Huis van be-
waring.

De volgende dag, dinsdag 5 augustus 1941, meldden de twee ’s-Heerenbergse kapelaans zich bij het ge-
bouw van de SD. Ook zij werden gearresteerd en gevangen gezet in het Huis van Bewaring. Om zoveel
mogelijk in het ritme van alledag te blijven hielden de drie priesters er een zeer strikte dagindeling op na.
Naast slapen, eten en luchten werden de dagen vooral gevuld met bidden, lezen, mediteren, het schrijven
van brieven en het bijhouden van een dagboek. Deze situatie duurde tot 11 oktober 1941.


Kapelaan Hegge werd toen naar Kamp Amersfoort gebracht. Na een jaar moest hij naar Kamp Vught ver-
huizen. Toen op 5 september 1944 de Duitse troepen uit Brabant vluchtten, werden de gevangenen van
Vught naar concentratiekamp Sachsenhausen, in de plaats Oranienburg ten noorden van Berlijn, getrans-
porteerd. Toen Russische troepen uit het oosten het kamp dreigden te bevrijden, brachten de Duitsers
alle gevangenen over naar het concentratiekamp Bergen-Belsen bij Hamburg. Daar werd kapelaan Hegge
op 15 april 1945 bevrijd door het 2e Britse leger.


Pastoor Galama was eind november 1941 al van Arnhem naar concentratiekamp Dachau nabij München
gebracht. In dit kamp verbleven toendertijd enkele duizenden priesters uit Duitsland en heel bezet Euro-
pa die niet wensten te buigen voor het naziregime. Op zaterdag 20 juni 1942 stierf pastoor Galama aan
een beroerte en een verlamming van de ademhalingsorganen. Getuigen uit kamp Dachau vertelden na
de oorlog dat Galama dysenterie opgelopen had, nadat hij voor straf drie dagen en nachten in de regen
had moeten staan wegens een diefstal die hij niet gepleegd had.

De naam van Jan Galama staat echter vermeld op een transportlijst, een zogenaamd Invaliden Transport,
van Dachau naar Schloss Hartheim nabij Linz in Oostenrijk. De transportlijst is gedateerd 4 mei 1942.
In het kasteel hadden de Duitsers een Tötungsanstalt (Euthanasiecentrum) ingericht.

Van mei 1940 tot december 1944 werden in Hartheim naar schatting 30.000 mensen vermoord waaron-
der fysiek en mentaal gehandicapten, chronisch zieken en gevangenen van de concentratiekampen
Dachau en Mauthausen. De stoffelijke overschotten werden in het crematorium op de binnenplaats van
het kasteel gecremeerd.

Van Jan Galama is geen aanwijsbare laatste rustplaats bekend


Kapelaan Ries van Rooijen werd rond 11 october 1941 op transport gesteld naar het concentratiekamp
Oranienburg nabij Berlijn. Tijdens de reis daar naar toe verbleef hij tot 23 october 1941 in de gevange-
nis van het politiebureau te Emmerik. Op 2 februari 1942 werd Ries van Oranienburg naar het concen-
tratiekamp Dachau nabij München gebracht. De vreugde bij het weerzien met Jan Galama in Dachau zal
zeker groot geweest zijn, ondanks de verschrikkelijke omstandigheden in het kamp. Deze slechte om-
standigheden in het kamp, honger, zieketen, lijfstraffen, ongedierte vuil en kou, tastten de lichaamlijke
weerstand van de beide ’s-Heerenbergse priesters aan, evenals bij de overig aanwezige gevangenen.

Uiteindelijk stierf kapelaan Ries van Rooijen op dinsdag 16 juni 1942 in het lazeret van Dachau aan de
gevolgen van een hartverlamming. Deze hartverlamming was weer veroorzaakt door een extreme vorm
van dysenterie waar Ries aan leed.



In ’s-Heerenberg.

Op vrijdag 26 juni 1942 moest pater A.J. Wouters (1908-1965), een van de Witte Paters die de parochie
leidden na de arrestaties van Galama, Van Rooijen en Hegge zich melden bij de Sicherheitsdienst in Arn-
hem. Daar werden hem de telegrammen voorgelezen over de dood van pastoor Galama en kapelaan Van
Rooijen in het concentratiekamp Dachau.

De inhoud luidde als volgt:

Kaplan Van Rooyen ist am 16. Juni um 9 Uhr an Versagen von Herz und Kreislauf bei Darmkatarrh gestor-
ben en Pfarrer Galama ist am 20. Juni um 9 Uhr an Atemlähmung bei Schlaganfall gestorben. Die Leiche
is eingeäschert.


Pater Wouters mocht de tekst van beide telegrammen nog overschrijven en
daarna kon hij gaan. Aan hem viel toen de zware taak toe dit bericht over te
brengen aan de 's- Heerenbergse gemeenschap.

Hij deed dit op zondag 28 juni, toen hij het nieuws vanaf de preekstoel bekend
maakte. In het parochiedagboek staat hierover genoteerd: 't Is alsof de muren
der Kerk in elkaar schuiven. Een waar gejammer, een lange snikrilling stijgt op
uit de dichtbezette banken. Nu weten de mensen het.

De overlijdensberichten kwamen in ’s-Heerenberg zeer hard aan. De NSB had
nu het allerlaatste restje sympathie van eventuele resterende twijfelaars ver-
loren en kreeg sindsdien ideologisch geen been meer aan de grond.


Afbeelding
Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant, maandag 29 juni 1942



Kapelaan Ries van Rooijen heeft zijn laatste rustplaats gevonden op het Nederlandse Ereveld te Frankfurt
am Main, Frankfurt-Oberrad, Duitsland in Vak H, Rij 1, Nummer 6


Nederlands Ereveld Frankfurt am Main, Duitsland
Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


AfbeeldingAfbeelding
Bidprentje: Archieven Nl


Akte overlijden Van Rooyen, 15 augustus 1946, Dachau
Afbeelding
Foto: Zoek Akten

Herdenkingskapel in 's-Heerenberg

Achter in de Pancratiuskerk in 's-Heerenberg is een permanente kleine expositie gewijd
aan de omgekomen kapelaan Van Rooijen en zijn pastoor Galama. Deze kapel is vijftig
jaar na hun overlijden, op 28 juni 1992, ingewijd door de aartsbisschop van Utrecht,
kardinaal Simonis.

Kerkramen in 's-Heerenberg

In 1947, bij het gouden jubileum van de Pancratiuskerk, kreeg de parochie een som geld
cadeau. Hiervoor heeft de glazenier Alex Asperslagh een glas-in-loodraam gemaakt, waar-
in de arrestatie van Van Rooijen en Galama wordt uitgebeeld


Afbeelding
Foto: Berghapedia


's-Heerenberg, Monument De Goede Herder
Afbeelding
Foto: Wimmel - 22 juli 2014 (Wikimedia)

Oorlogsmonument in 's-Heerenberg

Op 12 december 1948 onthulde kardinaal De Jong, een studiegenoot van pastoor Galama, het
oorlogsmonument in 's-Heerenberg.

Op dit monument staan alle (op dat moment bekende) Berghse Oorlogsslachtoffers vermeld.
Kapelaan Van Rooijen en pastoor Galama worden hierop elk met een portret met onderschrift
herdacht.


Straatnaam vernoemd naar Marinus van Rooijen

Van Rooijenstraat 's-Heerenberg
Afbeelding
Foto: Google Street View, juni 2016


Enkele Bronnen:

“Houten 1940 - 1945”
O. Wittewaal
In opdracht van de gemeente Houten
Uitgave: De Kunstfabriek, 2005.

oorlogsgravenstichting.nl
www.berghapedia.nl
www.genealogieonline.nl
www.heemkundekringbergh.nl
www.openarch.nl
www.oudhouten.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jun 16, 2019 11:00 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Giljaam VOET (53 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Slagveld Sloedam


Geboren zaterdag 21 maart 1891 te 's Heer Arendskerke (ZL)


Zoon van Johannis VOET (1853-1938) en Elizabeth WESTSTRATE (1853-1925)

Giljaam was het vijfde kind van de in totaal zeven kinderen.


Op woensdag 18 april 1923 gehuwd met Barbara van den DIES (1899-1973)

Uit dit huwelijk meerdere kinderen

Van beroep was Giljaam Landbouwer.

Woonplaats (1944) Lewedorp (Knaphof)

1944

De bouw van de Atlantikwall zorgde ervoor dat ook de Zeeuwse kust werd voorzien van een zware
verdedigingslinie. Om deze enorme verdedigingswerken te bouwen waren veel arbeiders nodig.
Wegens het gebrek aan arbeiders was het onmogelijk dat het Gewestelijk Arbeidsbureau in de regio
aan de gestelde aantallen om meer weknemers te leveren werd gezocht naar een nieuwe manier om
aan toch aan deze arbeiders te komen. De gemeenten werden door de Duitsers gedwongen om man-
nen uit hun gemeente op te roepen om werkzaamheden te verrichten. Generalfeldmaarschall Erwin
Rommel was er na zijn inspecties op 4 januari en 19 april 1944 in Zeeland niet voldoende van over-
tuigd dat de verdedigingslinie een aanval zou kunnen weerstaan. Rommel benadrukte na zijn bezoek
in april 1944 dat meer aandacht moest worden besteed aan versperringen. Om het de geallieerden
nog moeilijker te maken gaf men bevel om strandversperringen aan te brengen en het achterland te
voor zien van meer mijnen en z.g.n. Rommelasperges.
Deze Rommelasperges bestonden uit palen waarop soms mijnen waren bevestigd, die op bepaalde
plaatsen in het land of strand geplant moesten worden. Doel van deze plantactie was luchtlandingen
van parachutisten in het achterland en landingen van zweefvliegtuigen te voorkomen. Voor de actie
tot het plaatsen van de palen werden nog meer mensen opgeroepen. De gemeenten moesten nu een
selectie maken van mannen en vrouwen uit de leeftijdsklasse van 15 tot 60 jaar. Binnen enkele maan-
den verschenen in veel polders de genoemde palen. Deze werkzaamheden duurden tot aan september
1944.


Rommel op inspectie aan het strand tussen de Rommelasperges
Afbeelding
Foto: Strijdbewijs


Er werden vanaf 21 april 1944 door de plaatselijke burgemeester mannen opgeroepen om verplicht
onder Duits toezicht Rommelasperges te plaatsen. De mensen moesten in kleine groepen werken van
meestal acht mannen en een voorman. Iedere man tussen de 15 en 60 jaar moest zich vanaf april
1944 meldden in het dorp met een spade, zaag, tang of ander gereedschap. Sommige mannen kregen
vanwege hun beroep vrijstelling. Het werk duurde tot in de zomer 1944, totdat alle strategische plaat-
sen met palen waren vol geplant.
Overigens werd het werk goed betaald door de Wehrmacht. Het loon bedroeg meestal 5 gulden per dag.
De verdiensten varieerden tussen de 25 en 30 gulden per week. Dat was voor die tijd een mooie ver-
dienste want het gebruikelijke loon bij een boer lag toen tussen de 18 en 25 gulden.


Rommelasperge op het strand met mijn. -------- Giljaam Voet
AfbeeldingAfbeelding
Foto's: Historiek -en- Oorlogsgravenstichting


Het materiaal voor deze Rommelasperges werd verkregen door bomen langs de dijken te rooien.
Het benodigde draad trok men van palen en andere hek werken af die langs weilanden en boom-
gaarden stonden. De bomen werden gesplitst en de palen werden in het vlakke polderland ge-
plant in gegraven putten van ongeveer 1,5 meter diep. De palen werden onderling verbonden met
draad. Ze stonden in rijen op en afstand van 20 tot 25 meter van elkaar. Op een groot aantal palen
werden explosieven aangebracht zodat bij een landing grote schade zou ontstaan. De actie voor
Walcheren en Zuid-Beveland stond ook wel bekend als Aktion Ocker genoemd naar Hauptmann
Ocker, de projectleider, van de ad hoc gevormde Ausbaustab.


Afbeelding
Foto: Strijdbewijs


Het plaatsen van Rommelasperges was niet zonder gevaar. Voor Giljaam Voet uit Nieuwdorp werd dit
op vrijdag 23 juni 1944 fataal. Omstreeks 09.00 uur was hij aan het werk en raakte daarbij een mijn
die meteen explodeerde. Hij overleed ter plaatse. De NSB-burgemeester A.C. Hollebrands (1907-1988)
van ’s Heer Arendskerke rapporteerde op 26 juni 1944 over het dodelijk ongeval aan de Duitsers dat uit
een ingesteld onderzoek was gebleken dat Giljaam Voet was tewerkgesteld bij het bedraden van Rom-
measperges in een mijnenveld tussen ’s Heerenhoek en Lewedorp. Op meerdere van deze palen waren
z.g.n. "stokmijnen" bevestigd. Bij het bedraden van één van de palen viel hij door onbekende oorzaak
van de ladder naar beneden terwijl hij de draad vasthield. Er volgde een ontploffing, waarna een rook-
wolk ontstond. De getuigen zagen hem op de grond vallen. Ze konden niet zien of hij met zijn hand de
mijn had geraakt of dat de draad de mijn had geraakt. Hij was op slag dood.

Op maandag 26 juni 1944 werd Giljaam Voet op de Rooms Katholieke begraafplaats in ’s-Heerenhoek
begraven.

De Wehrmacht kende aan de weduwe, Elizabeth Voet-Weststrate, een uitkering van 5,20 gulden per
dag toe tot het einde van de Aktion Ocker (1 juli 1944)


Rommelasperges in Zeeuws veld
Afbeelding
Foto: Zeeuws documentatiecentrum


Piet Blok kon zich het schokkende voorval nog herinneren:


"Tijdens de Duitse bezetting werden we op een zekere dag opgeroepen om naar het dorpsplein te ko-
men. Ieder man van pakweg 18 tot 65. Daar werden we ingedeeld; één ploegbaas en 2 of 3 man erbij.
We moesten naar de dijk bij Knaphof [Tussen Lewedorp en ‘s Heerenhoek] om bomen te kappen (een
groep) en de andere om draad af te halen bij de boeren hun wei. Twee draden mochten eraan blijven
zitten, doch de rest moest eraf. De bomen werden gebruikt om in het polderlandschap in de grond te
planten om te voorkomen dat vliegtuigen konden landen, in het bijzonder getrokken zweefvliegtuigen.
Ze stonden her en der, ik denk wel 20 meter uit elkaar. Ook werden er bomen (dennen) aangevoerd
vanuit Brabant. Daarvoor moesten we eerst putjes graven en daarna planten. Onderling werden die
bomen met draad verbonden (van de weilanden afgedane draad van de boeren en ook andere aange-
voerde draad van elders. Op één van de 4 of 5 palen denk ik werd een mijn geplaatst. Een soort ko-
kervorm van ong. 30 cm lang met van boven een uitstekende stift met een gaatje waarin een pen
was aangebracht. Als die pen eruit werd getrokken werd ontplofte de mijn als een paraplu in het rond.
Er werd weinig waarde gehecht aan de echtheid ervan.
Tot op zekere dag, toen op de palen de mijnen al waren aangebracht en nog draad aan bevestigd
moest worden. Dat werd Giljaam Voet fataal, want deze stond op de ladder en zal waarschijnlijk de
mijn aangeraakt hebben. Met het gevolg dat zijn hoofd eraf viel. Met een dreun viel zijn lichaam op
de grond. De twee mannen die onderaan stonden werden niet geraakt."



Graf van Giljaam en Barbara op de R.K. Begraafplaats te 's Heerenhoek
Afbeelding
Foto: Online-begraafplaatsen - 14 juni 2008



Oorlogsmonument te Nieuwdorp
Afbeelding
Foto: ellyf59 - 5 mei 2019 (Stagramer)

Het oorlogsmonument in Nieuwdorp (gemeente Borsele) is een obelisk, bekroond met
een Nederlandse leeuw. De zuil is geplaatst op een voetstuk. Het gedenkteken is uitge-
voerd in natuursteen. De tekst op het voetstuk luidt:

SLACHTOFFERS OORLOGSGEWELD 1940 - 1945

Het oorlogsmonument is opgericht ter nagedachtenis aan de medeburgers die tijdens
de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen.

De namen van de negen slachtoffers staan links en rechts op twee panelen en luiden:

P. v. Dalen, N. Huige, H. Jansens, J. de Kok, Joh. de Kok.

M. Otte-Burger, J. v.d. Plasse, G. Voet en M. Wondergem.

Het monument is onthuld in 1948.

De gemeente Borsele draagt zorg voor het onderhoud van het gedenkteken.

Het monument is geplaatst op het Dorpsplein (Ring) bij de gereformeerde kerk te
Nieuwdorp.


Paneel links op het monument te Nieuwdorp
Afbeelding
Foto: Traces Of War - Mia van den Berg - 3 april 2010




Enkele Bronnen:

"Slagveld Sloedam"
R.E.Hoebeke
Uitgave: In eigen beheer, Nieuw- en Sint Joosland, 2002


gw.geneanet.org
historiek.net
oorlogsgravenstichting.nl
www.4en5mei.nl
www.online-begraafplaatsen.nl
www.oorlogsslachtofferszeeland.nl
www.strijdbewijs.nl
www.tracesofwar.nl
www.zeeuwsarchief.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jun 23, 2019 11:30 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Lieuwe KINGMA (23 jaar)
.

Afbeelding


Geboren zaterdag 14 april 1917 te Oudkerk, deel van Bartlehiem, gemeente
Tietjerksteradeel (FR).

Zoon van Johannes KINGMA (1878-1954) en Akke van der HEIDE (1882-1965).

Afbeelding
Nieuwsblad van Friesland, dinsdag 24 april 1917


Naast Lieuwe bestond het gezin Kingma nog uit de dochters Froukje
(1910) en IJbeltje (1915).

Religie: Vrij Hervormd


Het gezin, behalve Froukje, verhuist in mei 1929 naar Marssum (FR).

Beroep van Lieuwe: bakkersknecht in mei 1934 bij bakker de Wit en
in september 1937 bij bakker Meijer te Oostereind. Lieuwe woont per
1 october 1937 te Oostereind


Lieuwe is dienstplichtige van de lichting 1937


Afbeelding
Leeuwarder Courant, donderdag 30 augustus 1937


In october 1938 is Lieuwe onder de wapenen. Hij komt uiteindelijk bij het Korps Politietroepen (K.Pt.).
Het opleidingsdepot van het K.Pt. is gevestigd te Nieuwersluis.


Depot Korps Politietroepen te Nieuwersluis (UT) van 1922 tot 1940 in de Koning Willem III kazerne.
Afbeelding
Foto: Marechaussee sporen


Na zijn opleiding volgt plaatsing Ergens in Nederland en na 6 maanden zijn
bevordering tot Korporaal.


Korporaal Korps Politietroepen
Afbeelding
Foto: Nationaal Militair Museum


Het K.Pt. werd op 26 juni 1919 opgericht met als taak het verrichten van politiediensten ten behoeve van
het leger. Het K.Pt. verzorgde in tijden van spanningen en de mobilisatie 1939-1940 o.a. de bewaking van
de bruggen over de grote rivieren. Bij deze grote rivierovergangen met zowel een verkeersbrug en/of spoor-
brug waren veelal z.g.n. rivierkazematten gebouwd, bewapend met zware mitrailleurs en een kanon. De
bezetting van deze kazematten bestond uit een aantal leden van het K.Pt. eventueel aangevuld met enkele
infanteristen, van onderdelen die legerden in de omgeving, voor het aanvullen van de munitie.


Lieuwe Kingma was tijdens de mobilisatie gelegerd in de omgeving van Maastricht, gezien zijn registratie
in de gemeentelijke basis administratie.


Korporaal Korps Politietroepen bij aspergeversperring brug Nijmegen 1939-1940
Afbeelding
Foto: Nationaal Militair Museum


Later is Lieuwe vermoedelijk overgeplaatst naar de Groep politietroepen te Grave (NB) en ingedeeld
bij de bezetting van beide rivierkazematten bij de verkeersbrug over de Maas.


Wapenonderhoud Korporaals Politietroepen bij brug bewaking 1939-1940
Afbeelding
Foto: collectie arwanda1465


Op 10 mei 1940 ging na berichten over een Duitse inval, de brug bij Grave om 06.45 uur de lucht in.
De klap van de explosie wordt tot ver in de omtrek gehoord. Twee brugdelen worden vernield, waar-
van een boven het sluizencomplex. Hierdoor is ook scheepvaart onmogelijk.
Lieuwe raakt later gewond bij een kazemat en wordt na de strijd ter verpleging overgebracht naar
het militair hospitaal "Oog en Al" te Utrecht.

Na enkele weken, begin juni 1940, kon hij het ziekenhuis verlaten en is hij naar
Glanerbrug bij Enschede (OV) gestuurd om behulpzaam te zijn bij de registratie
van uit Duitsland naar Nederland terugkerende Nederlandse krijgsgevangenen.


Afbeelding
Algemeen Handelsblad (O.B.), vrijdag 31 mei 1940


Medio juni 1940 is hij overgeplaatst naar Nieuwersluis. Op zaterdag 29 juni 1940
liep hij met een dienstmakker langs de weg tussen Nieuwersluis en Loenen, toen
ze door een Duitse vrachtwagen werden geschept. Lieuwe raakte zwaargewond
en werd naar een ziekenhuis in Utrecht gebracht. Daar overleed hij de volgende
dag, zondag 30 juni 1940, aan zijn verwondingen.


Afbeelding
Leeuwarder Nieuwsblad, dinsdag 2 juli 1940



Afbeelding
Leeuwarder Courant, donderdag 4 juli 1940


Graf van Lieuwe Kingma op de N.H. Begraafplaats te Marsum (Marssum) (FR)
Afbeelding
Foto: Graftombe



Afbeelding
Limburgsch Dagblad, vrijdag 26 juli 1940


Afbeelding
Leeuwarder Courant, vrijdag 2 augustus 1940



Enkele Bronnen:

"Nederlandse gesneuvelden in de meidagen 1940"
J.W. de Leeuw.
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2012.

"Een laatste saluut", Fryslân in de oorlog
J. Kooistra
Uitgeverij PENN, Leeuwarden, 2005

"Het Korps Politietroepen 1919 - 1940", De Politie – militair als
steunpilaar van het wettig gezag
J.P.E.G. Smeets
St. Van Houten en St. Museum der Koninklijke Marechaussee,
Maastricht 1997


allefriezen.nl
graftombe.nl
oorlogsgravenstichting.nl
www.marechausseesporen.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jun 30, 2019 10:00 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Gerrit Jan NIJVELD (34 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Storm uit het Noorden


Geboren vrijdag 27 april 1906 te Rijssen (OV).

Zoon van Hendrik Jan NIJVELD (1876-1960) en Janna BAAN (1873-1949).

Religie: Gereformeerd

Beroep van Gerrit Jan, landbouwer.



Gerrit Jan was dienstplichtig soldaat en tijdens de mobilisatie 1939 - 1940 ingedeeld bij de 16e Mitrailleur
Compagnie (16 M.C.) van de IVe Divisie. De 16e M.C. bestond uit 4 secties onder commando van de reser-
ve kapitein H.M. Vestdijk. Hiervan waren de eerste sectie met als commandant 1e luitenant A. Gazendam
en de tweede sectie met als commandant sergeant F.K. Gregorowitsch, met in totaal 6 zware mitrailleurs
van het type Vickers toegevoegd aan het IIe bataljon van het 8e Regiment Infanterie ter verdediging van
de stoplijn op de Grebbeberg.


Zware mitrailleur van het type Vickers met een deel van de stuksbemanning 1939-1940 (4 MC)
Afbeelding
Foto: Grebbeberg


Gerrit Jan op de foto voor het thuisfront
Afbeelding
Foto: De Slag om de Grebbeberg

Mei 1940

Gerrit Jan was toegevoegd aan de 1e sectie bij het stuk van sergeant E. Tijhof. Op maandag 13 mei 1940,
de Duitse aanval op de stellingen is in volle heftigheid gaande. De mitrailleur van Tijhof is al bij het begin-
nende Duitse artillerievuur door een granaattreffer vlak voor het mitrailleurnest vernield; scheur in de
watermantel. Tevens is de overkapping van het mitrailleurnest weggeslagen. Er vallen meerdere gewon-
den door dit artillerievuur. Gerrit Jan Nijveld krijgt een granaatscherf in de zijde en wordt zwaar gewond
afgevoerd naar achteren.

Hij komt uiteindelijk terecht in het Sint Elisabeth Gasthuis aan de Utrechtseweg te Arnhem
en zal daar aan zijn opgelopen verwondingen op zondag 7 juni 1940 komen te overlijden.


Arnhem St. Elisabeth Gasthuis 1938
Afbeelding
Foto: Pbase


Afbeelding
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, woensdag 10 juli 1940


Afbeelding
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, zaterdag 13 juli 1940


Op donderdag 11 juli 1940 is Gerrit Jan begraven op de algemene gemeente-
lijke begraafplaats te Rijssen.


Gerrit Jan zijn graf op de, thans "oude", gemeentelijke begraafplaats te Rijssen.
Afbeelding


Afbeelding
Foto's: André Reijniers - 20 november 2010


De naam van Gerrit Jan Nijveld staat vermeld op paneel nummer 4 van het
Monument 8 R.I. op het Militaire Ereveld Grebbeberg te Rhenen (UT).


Afbeelding
Foto: André Reijniers - 18 juli 2010

Afbeelding
Foto: Grebbeberg

Afbeelding

Afbeelding
Foto's: André Reijniers - 18 juli 2010




Enkele Bronnen:

"Nederlandse gesneuvelden in de meidagen 1940"
J.W. de Leeuw.
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2012.

"Rijssen en Rijssenaren in de Tweede Wereldoorlog"
R. Wolterink,
In eigen beheer, Rijssen 2004.

"Ouwr’n Oorlog", Rijssen in jaren 1940 -1945
J. Danneberg-Kohlwey en P. Loogman
Stadsbibliotheek Rijssen, Rijssen november 1995.

"De slag om de Grebbeberg", Het relaas van een soldaat
B. Vinke,
Uitgeverij Van de Berg, Enschede 1990.

"Storm uit het Noorden", Mobilisatie en Duitse inval in Twente 1939 - 1940
C.B. Cornelissen
Twents-Gelderse Uitgeverij Witkam b.v., Oldenzaal 1985.

"De operatiën van het Veldleger en het Oostfront van de Vesting Holland, Mei 1940"
V.E. Nierstrasz.
Staatsdrukkerij en Uitgeversbedrijf, 's-Gravenhage 1955.


oorlogsgravenstichting.nl
www.geldersarchief.nl
www.grebbeberg.nl
www.historischcentrumoverijssel.nl
www.pbase.com

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jul 07, 2019 9:30 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Jacobus (Jacob) FLORIJN (39 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Geboren maandag 11 april 1904 te Rotterdam (ZH)

Zoon van Jan FLORIJN (1875-1958) en Pietertje SCHNITKER (1881-1965)

Afbeelding
De Maasbode, zaterdag 16 april 1904



Jacob, 25 jaar, huwde op woensdag 7 augustus 1929 te Rotterdam de 28 jarige
Dirkje LIGTLIJF.


Afbeelding
Voorwaarts, vrijdag 26 juli 1929


Uit dit huwelijk zoon Jacobus geboren woensdag 16 october 1935.

Jacob had als beroep expediteur.

Tijdens de oorlogsjaren was hij in dienst van de gemeentelijke Luchtbescherming
te Rotterdam. Tevens was Jacob lid van het verzet.


1940 -1943

In november 1940 organiseerde Samuel Zacharias (Sally) DORMITS (1909-1942),
een Nederlandse communist, verzetsstrijder van Joodse afkomst, een Rotterdamse
sabotagegroep, die met de Communistische Partij Nederland (CPN) verbonden was.
Deze sabotagegroep, de Nederlandse Volksmilitie (NVM) pleegde in de jaren 1941-
1942 verschillende sabotageaanslagen die al dan niet succesvol verliepen. De NVM
was o.a. ook verbonden met het Militaire Contact, de verzetsgroep De Patriot en de
illegale krant De Waarheid.

Jacobus Florijn was onder andere typist en verspreider van het blad De Patriot en
De Waarheid.

Op 17 october 1942 werd Sally Dormits als tasjesdief gearresteerd. Hij probeerde
in het bezit te komen van een persoonsbewijs zonder "J" voor zijn Joodse vriendin.
Na zijn arrestatie werd Sally afgevoerd naar het politiebureau aan de Oostervant-
straat te Rotterdam. Tijdens het fouilleren op het bureau trok hij een pistool en
schoot zich door het hoofd. Hij werd naar het ziekenhuis op de Coolsingel overge-
bracht waar hij enkele uren later overleed.

Tussen zijn spullen vond de politie een kassabon en een notitieboekje. De gevon-
den kassabon leidde de recherche naar een adres in Rotterdam (Bijlwerffstraat)
waar de betrokken winkelier een bestelling voor Dormits had afgeleverd. Dormits
woonde hier onder de schuilnaam Van Gelderen. Er werd naast brandbommen,
chemicaliën en stapels van de communistische verzetskrant De Waarheid een
uitgebreide, zij het gecodeerde, administratie met ruim 100 namen gevonden.
De politie kon de code ter plekke ontcijferen en kon de namen en adressen van
de leden van de organisatie lezen, waaruit viel op te maken dat het hier ging om
een omvangrijke verzetsorganisatie.

Sally Dormits, de leider van de NVM, ontleende zijn gezag vooral aan de militaire
ervaring die hij had opgedaan in een Braziliaanse guerrillabeweging en in 1939
tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Met de risico's die het verzetswerk met zich
meebracht ging hij echter lichtvaardig om. Door instructies van Duitse commu-
nisten was hij op de hoogte van die risico's, en ook wist hij van de grote aantal
len arrestaties onder de communisten in Den Haag en de vele doden die al in
1942 onder de Haagse communisten in de concentratiekampen waren gevallen.
Maar desondanks had hij een uitgebreide gecodeerde administratie in huis waar-
door circa 200 verzetsstrijders gearresteerd konden worden. Ruim honderd per-
sonen werden meteen opgepakt, waarvan sommigen door de Duitsers zwaar
werden mishandeld. Ze moesten vele uren lang doodstil met het hoofd naar de
muur staan, praten of het hoofd wenden resulteerde in een klap, zodat het hoofd
tot bloedens toe tegen de muur sloeg.

Een deel van de arrestanten uit de eerste golf werd weer vrijgelaten; de gepakte
Joden werden afgevoerd naar de vernietigingskampen Auschwitz, Sobibór of naar
Majdanek; anderen belandden in concentratiekampen. Veertien personen kregen
een langdurige vrijheidsstraf opgelegd en eenentwintig kregen de doodstraf en
werden gefusilleerd. Zes anderen werden in eerste instantie ook ter dood veroor-
deeld, maar kregen gratie. Hun straf werd omgezet in 15 jaar tuchthuis. In de
tuchthuizen waren hun overlevingskansen groter dan in de concentratiekampen,
waar de 'lichtere' gevallen naartoe waren gestuurd.

Als gevolg van de arrestaties in verband met de NVM zijn 91 personen om het
leven gekomen, inclusief twee personen die na terugkeer in Nederland ten gevolge
van de doorstane ontberingen alsnog overleden, maar exclusief de slachtoffers on-
der de gedeporteerde Joodse werknemers van Hollandia-Kattenburg te Amsterdam
die door verraad, als gevolg van arrestaties bij NVM leden, werden aangewezen als
lezers van De Waarheid.

Jacobus Florijn werd met op donderdag 7 januari 1943 gearresteerd met nog vijf
anderen van de groep op of in de omgeving van de Kruiskade te Rotterdam.

De zes werden op woensdag 14 juli 1943 op de Leusderheide bij Kamp Amersfoort
geëxecuteerd.


Na de oorlog op zaterdag 24 november 1945 werden 14 leden van de NVM, waar-
onder Jacobus Florijn, herbegraven op de Gemeentelijke Begraafplaats Crooswijk
te Rotterdam in vak CC nr. 723. Op het graf is later een herdenkingsmonument
geplaatst. Het monument is onthuld in april 1949.


Afbeelding
Het Vrije Volk, vrijdag 23 november 1945


Afbeelding
Afbeelding
De Waarheid, maandag 26 november 1945


Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


De naam van Jacobus Florijn staat vermeld op de gedenksteen in de hal van het
stadhuis van Rotterdam als lid van het gemeentepersoneel, in dienst bij de Lucht-
bescherming.

Jacobus Florijn is postuum onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis.





Enkele Bronnen:

"Rotterdams gemeentepersoneel omgekomen
in de oorlogsjaren 1940 -1945"
A.M. Overwater
Barendrecht, april 2007

nl.geneanet.org
nl.wikipedia.org
oorlogsgravenstichting.nl
www.4en5mei.nl
www.genealogieonline.nl
www.geni.com
www.joodserfgoedrotterdam.nl
www.kampamersfoort.nl
www.ncpn.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jul 14, 2019 5:00 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Frans KRAMER (49 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Geboren maandag 23 april 1894 te Leeuwarden (FR)

Zoon van Geert KRAMER en Geertruida WIERDA


Frans bezocht te H.B.S. te Leeuwarden en studeerde daarop aan de Landbouw-
hogeschool te Wageningen.

Inmiddels had hij sedert 1918 als houtvester gewerkt bij verschillende onderdelen
van het Indische boswezen, zoals het Bosbouwproefstation, de wildhout bossen en
het Djati-bedrijf.


Afbeelding
Bredasche Courant, donderdag 22 juli 1920

Frans 26 jaar, huwde op vrijdag 30 juli 1920 te Teteringen (NB) met de 24 jarige
tandarts Francijna Johanna HUESE (1895-1952).

Later uit dit huwelijk dochter Tineke en zoon Erik.


Afbeelding
Algemeen Handelsblad (O.B.), zondag 29 augustus 1920


Op vrijdag 28 augustus 1920 vertrok het echtpaar vanuit Rotterdam met het ss.
Sindoro (1900-1922) van de Rotterdamsche Lloyd onder bevel van gezagvoerder
E.P. Ross naar Nederlandsch Indië waar het schip zondag 3 october 1920 te Tand-
jong Priok, de haven van Batavia, aankwam.


ss. Sindoro te Marseille, Frankrijk, 1918
AfbeeldingAfbeelding
Foto: Erfgoed centrum, Rotterdamsche Lloyd -- Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, maandag 4 october 1920


In Indië weer als houtvester aan het werk. In september 1925 voor een verlof-
periode van 9 maanden terug naar Nederland.

Afbeelding
De Indische Courant, dinsdag 3 maart 1925


Tijdens zijn verlofperiode promoveert Frans in Wageningen tot doctor in de land-
bouwwetenschappen.


Afbeelding
Bataviaasch Nieuwsblad, zaterdag 1 mei 1926


Als Ir. Dr. F. Kramer vertrekt hijsamen zijn vrouw weer naar de Oost. Hij is werk-
zaam in de bosbouw en de landbouw.
In 1934 kwam hij als hoofdambtenaar in dienst van het Departement van Econo-
mische Zaken, afdeling Landbouw crisiszaken en eind 1935 als voorzitter aan het
hoofd van het. Algemene Landbouw Syndicaat (ALS).

De particuliere bergcultuur ondernemingen, zoals rubber, thee, kina, koffie, cacao,
kapok en oliepalm, en voor zover deze zijn gelegen in Nederlands Indië met uitzon-
dering van de drie noordelijke gewesten van Sumatra, zijn verenigd in de door
Frans Kramer geleide organisaties, waaronder "Proefstations". Deze organisaties
behartigen de economische, sociale, agrarische en fiscale belangen der onderne-
mingen en houden zich verder bezig met restrictieaangelegenheden en in het bij-
zonder met thee-, rubber- en kinarestrictie, erfpacht kwesties, vrachten, belas-
tingen en zekere commerciële belangen, terwijl bovendien de wetenschappelijke
voorlichting wordt verzorgd.

De boven genoemde "Proefstations Vereniging" exploiteert drie proefstations, ge-
legen te Buitenzorg, Malang en Djember, met in totaal een 30-tal academische
krachten. Meer en meer gevoelen de ondernemingen de noodzakelijkheid, zich
aan te sluiten bij een de bestaande organisaties/syndicaten. De beide bovenge-
noemde syndicaten omvatten ongeveer 520.000 hectare.

Tijdens zijn werkzaamheden gaat het gezin nog tweemaal terug naar Nederland
voor een verlofperiode van enkele maanden.

Naast zijn werkzaamheden geeft Frans enkele publicaties uit, betrekking hebben-
de op bosbouw en cultuurrestricties. Hij is voorzitter van het hoofdbestuur van
"Pro Juventute" en van diverse advies-commissies inzake crisismaatregelen.
Verder is hij lid van het dagelijks bestuur van den Indische Ondernemersbond
en van de Rotary Club.

Na de afkondiging van de mobilisatie in Nederlands-Indië is hij een vervent pleit-
bezorger van een uitbreiding en versterking van de Landstorm en de Stadswacht,
die als "Het Tweede Leger" de aanwezige KNIL-militairen moeten ondersteunen
met o.a. bewaking- en transport-taken.

Tijdens het begin van de Duitse bezetting in Nederland, in december 1940, regelt
hij als voorzitter van het Algemeen Landbouw Syndicaat te Batavia, 60.000 pak-
jes Indische thee, namens de planters van Indië , met daaraan gehecht een label:
"Houd Moed" die hij per stoomschip Kentar naar Engeland liet vervoeren om deze
door de Royal Air Force, in 1941, boven bezet Nederland te laten droppen.


Frans Kramer werd op 31 augustus 1941 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.


Afbeelding
Bataviaasch Nieuwsblad (A.B.), zaterdag 30 augustus 1941


Alle inspanningen te spijt, de verdediging van Nederlands-Indië kan de overmacht aan Japanners tijdens
de invasie niet stoppen. Java capituleert op 8 maart 1942. Velen worden krijgsgevangen gemaakt, ande-
ren trekken de rimboe in om verzet te plegen.


Frans Kramer had eind 1940 het initiatief genomen tot de oprichting van een Comité van Stads- en Land-
wachten dat ten behoeve van beide semi-militaire organisaties grote bedragen geld had kunnen inzamel-
en. Dat Comité had, toen Batavia bezet werd door de Japanners, ca. 200.000 gulden in kas. Frans zorgde
ervoor dat het grootste deel van dat bedrag uit de boeken verdween; het werd eerst in zijn huis te Bata-
via verborgen en later naar zijn landhuis overgebracht dat in de bergen achter Buitenzorg lag. Hij was, in
maart 1942, 47 jaar, een man vol dadendrang, met vele vrienden en niet weinige vijanden. Zijn vrienden
waren tegelijk zijn bewonderaars: zij zagen hem als een figuur, gesneden uit het hout van de bekwame
gouverneurs-generaal, zijn vijanden beschouwden hem als een bemoeial die door een hinderlijke eerzucht
werd gedreven. Dat hij een bekwaam organisator was, werd door niemand betwist.


Een gedeelte van het geld ging naar drie illegale groepen die zich bezighielden met het zo goed mogelijk
verzamelen van spionage gegevens en het bijeen brengen van wapens. Ook werd er getracht steun te
bieden aan de Australische militairen die zich nog in vrijheid bevonden.

Kramer zag die steunverlening als onderdeel van een wijdere opzet. Hij was er, als zovelen, van overtuigd
dat de geallieerden spoedig op Java zouden landen en hij hield het voor essentieel dat dan weer onmiddel-
lijk een Nederlands gouvernement zou gaan functioneren. Maar waar zouden zich dan de gouverneur-ge-
ne-raal en de departementshoofden bevinden? Frans zal het gevoel hebben gehad dat hij als geldgever de
centrale figuur was in de illegaliteit op West-Java en dat het dus slechts logisch was dat hij in de allereer-
ste fase na de bevrijding de centrale figuur zou blijven.

Het liep anders.

Begin december 1942 werden in Buitenzorg verscheidene verzetsleiders gearresteerd. Ook anderen wer-
den opgepakt - er was een grote arrestatie-actie gaande, waarbij elke Nederlander voor de Kempeitai
(Militaire politie) als verdacht gold. Kramer, die per trein van Soekaboemi onderweg was naar Batavia,
werd uit de coupé gehaald en meegenomen naar het Kempeitai-bureau. Na daar verhoord te zijn, werd
hij vrijgelaten en kon hij naar Batavia doorreizen. Kennelijk wist de Kempeitai op dat moment niets van
zijn illegale werk af maar in de loop van december rees nieuwe verdenking tegen hem en toen hij zich op
Tweede Kerstdag opnieuw in Buitenzorg bevond, werd hij daar voor de tweede maal gearresteerd, samen
met enkele anderen. Diezelfde dag werden in Batavia verscheidene vooraanstaande figuren uit de kring
van het Gemeentelijk Europees Steuncomité, het GESC, opgepakt, onder wie Bogaardt en Manschot die
samen met Kramer in het dagelijks bestuur van het GESC zaten. Het GESC verleende financiële steun
t.b.v. behoeftige Nederlanders, Indische Nederlanders en anderen. Er ging echter geen geld van deze or-
ganiatie naar het verzet. Men heeft, ten onrechte, het vermoeden gehad bij de medewerkers van het
GESC. Het verzet werd door Kramer voorzien met financiën uit de ondergedoken kas van 200.000 gulden.
Manschot werd geïnterneerd en Bogaardt werd na enige tijd vrijgelaten - hij kon het werk van het GESC
voortzetten, maar Kramer werd door de Kempeitai vastgehouden en de Kempeitai kwam er achter
(onbekend is door wie deze mededelingen zijn gedaan) dat hij aan diverse groepen gelden ter beschik-
king had gesteld. Begin maart 1943 werd Frans Kramer zijn huis in Batavia doorzocht. Er werd geen geld
gevonden (Kramer had dat immers naar zijn buitenhuis laten overbrengen) - dat leidde er slechts toe dat
hij aan nog zwaardere verhoren werd onderworpen. Tot een proces kwam het niet meer.

Op woensdag 21 juli 1943 overleed hij in gevangenschap.


Afbeelding


Frans Kramer is oorspronkelijk begraven te Batavia.
Op vrijdag 3 juni 1966 is Frans herbegraven op het Nederlandse ereveld Ancol
te Jakarta, Indonesië in vak V, nr. 157.


Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting - 2005


Frans Kramer is postuum onderscheiden op 21 december 1949 met de
Verzetsster Oost-Azië.




Enkele Bronnen:

Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939 - 1945
Deel 11b, Nederlands-Indië II, eerste helft
Dr. L. de Jong
Martinus Nijhoff, Leiden 1985

Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld
Nederlanders en hun werk
Van Holkema & Warendorf N.V. Amsterdam, 1938


archief.gastdocenten.com
oorlogsgravenstichting.nl
www.openarch.nl

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jul 21, 2019 10:30 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
.
Johannes (Jans) TRIP (40 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Geboren dinsdag 3 december 1901 te Exloërmond (Odoorn) (DR)

Zoon van Pieter TRIP en Henderika ROSSING

Jans is van beroep arbeider en sympathiseert met de communistische partij.

Jans, 29 jaar, is op zaterdag 30 mei 1931 te Emmen (DR) gehuwd met de
26 jarige Lammigje VOS (1904-1992).

Uit dit huwelijk zes kinderen.

Het gezin woont in Zwartemeer, Tuindorp 20, gemeente Emmen (DR)


Eind juni 1941, na de Duitse inval in Rusland op 22 juni 1941, arresteren de Duitsers ruim 400 com-
munisten. Geen belangrijke partijleden, maar hoofdzakelijk pamflet- en krantbezorgers. Ook speelt
het oprollen van medewerkers van de illegale communistische krant "Noorderlicht" een grote rol in
deze arrestatiegolf. Vooral in het noorden van het land, Friesland, Groningen en Drenthe slaat de
Siegerheidsdienst (SD) hard toe.

De arrestanten worden naar Kamp Schoorl gebracht, of blijven enige tijd in de plaatselijke huizen van
bewaring. Begin juli 1941 komen daar nog ruim 200 communisten. De Duitsers hebben een groot wan-
trouwen jegens communisten en andere links-georiënteerden. Met hun arrestatie willen zij de invloed
van deze groepen inperken. Vele communisten hebben namelijk, al is het binnen de illegaliteit, een
grote invloed.

De circa 25 vrouwen onder de arrestanten worden later naar Ravensbrück overgebracht waar zij vaak
lange tijd gevangen zitten onder slechte condities. Van de mannen komen ongeveer 200 na korte tijd
vrij.

De rest gaat na sluiting van Kamp Schoorl vanaf augustus 1941 door naar het toen net geopende
Kamp Amersfoort.


Hendrik de Vries en Jans Trip, beide inwoners van Tuindorp en met contacten bij de communisten en
het blad "Noorderlicht", worden ook opgepakt door de bezetter.

Jans Trip wordt op zijn huisadres door de Sicherheidsdienst uit Assen gearresteerd op woensdag 25 juni
1941. Op 1 september 1941 gaat Jans op transport naar Kamp Amersfoort. Vanuit Amersfoort gaat Jans
op 24 februari 1942 naar het concentratiekamp Dachau waar hij gevangen nummer 31853 krijgt.
Op 13 maart 1942 vertrekt Jans naar de mannenafdeling van concentratiekamp Ravensbrück.


Een van de documenten verzonden uit Kamp Amersfoort m.b.t. Jans Trip.
Afbeelding
Foto: Arolson archieven


Op 22 juli 1942 keert Jans Trip terug naar Dachau vermoedelijk door ziekte. Jans wordt opgenomen in
de ziekenafdeling van het kamp met een darmontsteking. Kort na zijn opname in de ziekenafdeling komt
Jans op dinsdag 28 juli 1942, om 12.40 uur, te overlijden ten gevolge van hartfalen door zijn darmont-
steking.

Het lichaam van Jans is zeer waarschijnlijk ter plaatste gecremeerd. Er is van Jans Trip geen aanwijsbare
laatste rustplaats bekend.


Dachau ... crematorium
Afbeelding
Foto: Jack Legierse - 16 augustus 2018


De naam van Jans Trip staat bijgeschreven in Gedenkboek nummer 35 van
de oorlogsgravenstichting.


Bericht van overlijden
Afbeelding
Foto: Open archieven


Hendrik de Vries, 45 jaar, uit Tuindorp is overleden op 2 mei 1942 in het
concentratiekamp Neuengamme, nabij Hamburg, Duitsland



Enkele Bronnen:

"Het communistische verzet in Groningen 1940 - 1945", Deel 1.
R. Weideveld
Profiel Uitgeverij Bedum / Geert Sterringa Stichting, Leeuwarden 2014.


achterdebreedesloot.nl
arolsen-archives.org
fjmblom.home.xs4all.n
oorlogsgravenstichting.nl
www.ncpn.nl
www.openarch.nl
www.tweedewereldoorlog.nl/
www.verzetsmuseum.org

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo jul 28, 2019 11:00 pm
Profiel
Avatar gebruiker
arwanda1465

Geregistreerd:
za sep 18, 2010 8:40 pm
Berichten: 594
Woonplaats: Ergens in Nederland
Bericht Re: Ter herinnering aan..
Johannes Doedenias (Joop) SCHWEITZER (23 jaar)
.

Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting


Geboren 12 juni 1921 te Maassluis (ZH).

Afbeelding
Westlandsche Courant, zaterdag 18 juni 1921


Zoon van:
Christiaan Johannes SCHWEITZER (1887-1953), Hervormd predikant te Balk (FR)
en
Alida Anna Hendrika MEETER (1893-1973) .


Naast Joop bestond het gezin uit zus Alida Johanna Wilhelmina (Ali) (1926-2004).


De gezin Schweitzer, circa 1926-1927
Afbeelding
Foto: Leeuwarder Courant, woensdag 3 mei 2017

Het gezin woonde o.a. in Maassluis 1918-1926, Workum 1926-1929, Amsterdam
1929-1939, Amerongen 1933-1937 en Balk 1937-1948.


Afbeelding
Friesch Dagblad, dinsdag 30 november 1937


In 1937 gaat het gezin naar Balk (FR) en woont in de pastorie op Balk 42, net
naast de Hervormde Kerk. Thans is in deze voormalige pastorie te Balk, in de
Van Swinderenstraat 4, Bakkerij "De Korenaar" (Meinsma) gevestigd.


Christiaan Schweitzer en Alida Meeter.
Afbeelding
Foto: Langs de Luts


Joop en zus Ali
Afbeelding
Foto: Leeuwarder Courant, woensdag 3 mei 2017


Balk (FR) N.H.Kerk met rechts de Pastorie (circa 1950).
Afbeelding
Foto: Langs de Luts


1941 - 1944

Joop doet de opleiding voor gemeente administrateur.
Afbeelding
Leeuwarder Courant, woensdag 6 augustus 1941


Joop werkte eind 1942 als tijdelijk ambtenaar bij de gemeentesecretarie van de
gemeente Gaasterland in het Raadhuis te Balk bij de invoering van de legitimatie-
plicht. Kennelijk is de inzet en de persoon van Joop zo goed in de smaak geval-
len bij het gemeentebestuur dat hij door de burgemeester per 1 januari 1943 in
vaste dienst wordt aangenomen als 4e ambtenaar op de gemeentesecretarie van
Gaasterland. Joop raakte door deze functie betrokken bij het verzetswerk zoals
het vervalsen van persoonsbewijzen. Tevens hielp hij bij het verspreiden van het
illegale blad De Trouw.

Als fel anti-Duits weigerde hij niet alleen te collecteren voor de Winterhulp, maar
ook om een medisch onderzoek te ondergaan na oproep voor tewerkstelling in
Duitsland. Als gevolg daarvan werd hij in mei 1943 ontslagen en dook onder in
zijn ouderlijke woning, de pastorie. Ook zit hij enige tijd onder gedoken in het
voor hem bekende Amerongen. Op 2 augustus 1944 werd het duidelijk dat er in
Balk een razzia zou worden gehouden en Joop ontsnapte naar Nijega (thans
Elahuizen), waar hij onderdook bij fietsenmaker Jelte en zijn vrouw Beth van der
Meer waarbij hij zich ’s nachts verschool in de plaatselijke kerk.


Op vrijdagavond 4 augustus 1944 circa 21.30 uur verschijnt tijdens een patrouil-
le uit Leeuwarden met een overvalwagen in Nijega. Op een tuinbankje voor de
fietsenmakerij van Jelte van der Meer zitten en staan vijf mannen te praten. Het
ging om een groepje mannen, waarvan er overigens 4 niet in de gevaarlijke leef-
tijdsgroep zaten, die er snel vandoor gingen. Joop die bij fietsenmaker Jelte zat
ondergedoken was in de achterkamer aan het knutselen en raakte in paniek den-
kende dat het een razzia was. Joop vluchtte het huis uit en werd daarbij door
een Landwachter, Diemer L. Jongeling uit Wierum, twee maal beschoten op het
erf van George Buma zijn boerderij. Het eerste schot is mis maar het tweede
schot is van 25 meter afstand raak. Joop valt zonder geluid te geven.
De Duitsers en Landwachters hebben groot plezier in het, "goede" schot omdat
er geroepen wordt: "Ein schöner Schuss" (een mooi schot).


De begrafenis heeft plaats op dinsdag 8 augustus 1944 om 11.00 uur op de be-
graafplaats bij de Hervormde Kerk in Harich. Ondanks alle verdriet is vader
Schweitzer deze dagen zijn scherpe opmerkingsgaven niet verloren. Tijdens de
begrafenis dwarrelt er vlakbij het graf een groen blad neer uit een boom. Vader
Schweitzer verwijst naar dit vallend blad en zegt dat dit verschijnsel symbool
staat voor het overlijden van hun jonge zoon. Bladeren vallen meestal na het
uitbloeien in de herfst en niet tijdens deze warme zomerperiode in augustus..!

Naast Joop liggen thans, op het kerkhof van Harich, ook zijn beide ouders be-
graven.


NH Begraafplaats te Harich (FR).
Afbeelding
Foto: Google Street View, mei 2019


Graf van Joop Schweitzer te Harich.
Afbeelding
Foto: Oorlogsgravenstichting - 2008


Afbeelding
Foto: Gaasterland in WO-2


Plaquette Raadhuis Balk

Raadhuis te Balk (FR) met links aan de buitenmuur de herdenkingsplaquette
Afbeelding
Foto: Bayke de Vries 16 juli 2013


Herdenkingsplaquette
Afbeelding
Foto: Online Begraafplaatsen

Tekstvertaling:

GEVALLEN IN DE STRIJD TEGEN ONRECHT
EN SLAVERNIJ, DAT WIJ IN VREDE
VOOR RECHT EN VRIJHEID WAKEN.

Met deze gedenkplaat worden die Gaasterlanders herdacht die tijdens de oorlog het leven lieten als
gevolg van hun dienstbaarheid aan het vaderland.

Deze marmeren gedenkplaat is aangebracht aan de buitenmuur van het voormalige raadhuis van de
gemeente Gaasterland in Balk. De gedenkplaat was op 4 mei 1953 – voorafgaand aan een stille tocht
naar de begraafplaats in Harich – aan de gemeente geschonken door leden van de ex-illegaliteit.
Initiator en promotor hiervan was de verzetsleider Benjamin Herre Steegenga uit Balk. Tegelijkertijd
werd ook een zitbank geschonken met de daarin gegraveerde jaartallen 1940 – 1945. De plaat en
de bank zijn in 1953 geplaatst in de hal van het administratiegebouw van het gemeentehuis. Na een
verbouwing in 1990 van deze administratieve ruimten is de zitbank daar gebleven maar de plaquette
was tegen de buitenmuur van het raadhuis geplaatst

De plaat was gemaakt door steenhouwerij Eijgelaar uit Wolvega en de Friestalige tekst was gemaakt
door Jan de Vries, destijds inwoner van Gaasterland en tevens gedecoreerde verzetsstrijder.

Totale kosten fl. 2277,44. De kinderen uit de hoogste klassen van de drie basisscholen uit Balk heb-
ben het monument geadopteerd en komen hier ieder jaar in de maand april gezamenlijk bijeen voor
een eigen herdenking. De inwoners van Balk en omgeving komen hier op 4 mei samen voor de jaar-
lijkse herdenking om 20.00 uur. In het vijfde jaar (deelbaar door 5) wordt een stille tocht gehouden
vanuit Balk naar de kerkelijke begraafplaats in Harich. Hier wordt dan rond het graf van Joop
Schweitzer een herdenking gehouden.




Straatnaam te Elahuizen (FR) (voorheen Nijega)

Bij de plek van onheil in Elahuizen is een straat naar Joop genoemd.

De gemeenteraad van Hemelumer Oldeferd
*) vraagt in 1979 aan de Vereniging van Dorpsbelang in
Elahuizen om suggesties voor een straatnaam in Elahuizen. Achter de kerk worden nieuwe woningen
gebouwd aan een nieuwe straat.

De vereniging van Dorpsbelang Elahuizen geeft op 28 februari 1980 schriftelijk - in volgorde van
belangrijkheid – een achttal suggesties, waarvan de eerste suggestie de Joop Schweitzerstrjitte
werd overgenomen. Burgemeester en wethouders van Hemelumer Oldeferd ondersteunen in hun
vergadering van 10 maart 1980 de zienswijze van Dorpsbelangen.

Op 21 maart 1980 vraagt het college schriftelijk aan de zuster van Joop Schweitzer naar reacties
op dit raadsvoorstel. Op 14 april 1980 reageert Alida schriftelijk dat de familie natuurlijk hiertegen
geen bezwaar heeft en er trots op is dat op deze manier de naam van Joop Schweitzer blijft voort-
leven. Zij dankt de gemeente voor deze gedachtenisvolle daad.

Burgemeester en wethouders besluiten 21 april 1980 de raad voor te stellen de Joop Schweitzer-
strjitte in te stellen. In de raadsvergadering van 6 mei 1980 wordt – zonder hoofdelijke stemming
– besloten de straatnaam Joop Schweitzerstrjitte in te voeren.



Afbeelding
Foto: Omrop Fryslân, Still uit de video Het Vredesmonument in Elahuizen - 19 april 2018


*) De gemeentenaam Hemelumer Oldephaert en Noordwolde (H.O.N.), is op 1 januari 1956
gepopulariseerd in Hemelumer Oldeferd. Sinds 1984 is de gemeentenaam Gaasterland-Sloten.


Vredesmonument te Elahuizen


Elahuizen, Monument aan de Buorren - Joop Schweitzerstrjitte
Afbeelding
Foto: Google Street View, november 2010


Dit is het algemene oorlogsmonument in Elahuizen op de hoek van de Joop Schweitzerstrjitte met
de Buorren. Het ontwerp hiervoor was gemaakt door de in 2001 overleden mevrouw Foke Winia –
Twijnstra uit Elahuizen. Zij wou iets maken waardoor kinderen kunnen begrijpen dat er ook andere
tijden geweest waren. Op 4 mei 1995 was dit vredesbeeld onthuld in aanwezigheid van Canadese
oud-strijders uit de Tweede Wereldoorlog. De stalen schulpstructuur is in de V-vorm gemaakt.
V is het "Victory" symbool dat staat voor overwinning.

Op het voetstuk staat: Vrede en Vrijheid.
Dan in Friese taal: Juster, hjoed en moarn.
(Vertaling: Gisteren, vandaag en morgen).



Vredesmonument met plaquette "Vrede en Vrijheid",
Juster, hjoed en moarn, 1995.
Afbeelding


Afbeelding
Foto's: D.J. Bergsma 21 april 2014


Het oorlogsmonument was geadopteerd door de kinderen van de basisschool uit
Elahuizen "Us Nije Gea". (Fries voor: "Onze Nieuwe Omgeving").

De officiële adoptie had 24 april 2006 plaatsgevonden in het bijzijn van Erica
Terpstra als lid van het Nationale Comitee 4 en 5 mei. Zij was hierbij aanwezig
omdat de toenmalige school van Elahuizen de 100e school was die een monu-
ment in Fryslân adopteerde.

Door meerdere mensen werd aangenomen dat het een gedenkteken betrof voor
Joop Schweitzer die hier ter plekke op 4 augustus 1944 door een landwachter is
neergeschoten. Weer een ander dacht aan een gedenkteken voor Anna de Boer –
de Boer. Zij werd tegenover het monument geboren in 1902 en stierf op 23 au-
gustus 1945 in Banjoe Biri 10, een Japans krijgsgevangenkamp. Haar levensver-
haal is opgenomen op de website -- www.gaasterlandinwo2.nl -- in het hoofd-
stuk "Slachtoffers" bij haar echtgenoot Teeuwes de Boer.
Anna de Boer – de Boer is op 4 mei 2009 uitvoerig herdacht bij dit monument in
een toespraak door Mevr. Ans Hellemons uit Rijs als raadslid-afgevaardigde van
het gemeentebestuur van Gaasterlân-Sleat. Deze toespraak is toegevoegd aan
het hoofdstuk "4 mei herdenkingen" van de eerder genoemde website.

Teksten: Jan Geert Vogelzang.



Elahuizen, herdenking bij het Vredes (V) monument, april 2018
Afbeelding
Leeuwarder Courant, dinsdag 24 april 2018



Landwachter, Diemer L. Jongeling (1917-1995)

Bij zijn berechting voor het Bijzonder Gerechtshof in Leeuwarden zei Jongeling dat hij bij de Landwacht
was gegaan, omdat hij "zo graag schieten mocht". Nadat er levenslang tegen hem was geëist, werd hij
op 26 april 1949 tot 19 jaar Rijkswerkinrichting veroordeeld, Zijn detentie bracht hij door in Eygelshoven
(LB), waar hij 4 jaar in de kolenmijnen werkte. Op 24 april 1953 wordt zijn verzoek tot strafvermindering
afgewezen. Zijn vrijlating komt eerder dan verwacht. Op 23 maart 1958 kwam hij vrij.


Enkele Bronnen:

"Represailles in Friesland 1940 - 1945"
J. Kooistra -e.a.-
Uitgeverij Louise, Grou 2013

"Een laatste saluut", Fryslân in de oorlog
J. Kooistra
Uitgeverij PENN, Leeuwarden, 2005


Friesch Dagblad, zaterdag 27 april 2019
Leeuwarder Courant, woensdag 24 april 2019
Leeuwarder Courant, dinsdag 24 april 2018
Leeuwarder Courant, woensdag 3 mei 2017
Balkster Courant, donderdag 7 mei 2015
Leeuwarder Courant, maandag 4 mei 2015
Balkster Courant, donderdag 16 april 2015


oorlogsgravenstichting.nl
www.4en5mei.nl
www.gaasterlandinwo2.nl
www.geni.com
www.langsdeluts.nl
www.online-begraafplaatsen.nl
www.tracesofwar.nl


Vanwege de vakantieperiode is de eerstvolgende bijdrage in "Ter herinnering aan …" verwachtbaar
op zondag 8 september 2019.

_________________
Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen


zo aug 04, 2019 9:15 pm
Profiel
Geef de vorige berichten weer:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 988 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1 ... 62, 63, 64, 65, 66


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 3 gasten


Je mag geen nieuwe onderwerpen in dit forum plaatsen
Je mag niet antwoorden op een onderwerp in dit forum
Je mag je berichten in dit forum niet wijzigen
Je mag je berichten niet uit dit forum verwijderen

Zoek naar:
Ga naar:  
cron
Alle rechten voorbehouden © STIWOT 2000-2012. Privacyverklaring, cookies en disclaimer.

Powered by phpBB © phpBB Group